In elkaars vaarwater

Geplaatst door Redactie Motorboot

Hoe hoort het eigenlijk: omgangsvormen

Wie zich als een heer of dame op het water wil gedragen, moet weten wat de medevaarweg-gebruiker van hem of haar verwacht. Samen met onze columnisten Gabriël van Seumeren en Marjolein Scherrenberg zetten wij daarom acht grote missers op een rij. Let wel: met een vette knipoog, want het motto ‘leven en laten leven’ brengt je meer dan je opwinden over elke overtreding van de ongeschreven vaarwetten.

Door Yvonne Zwaan en Bas Hoekstra

1. VOORDRINGEN

Of het nu in de rij voor de kassa van de supermarkt is, of voor een sluis met minder capaciteit dan dat er bootjes liggen te wachten: met voordringen maak je geen vrienden. Voor onze reportage zetten wij de klassieker in scène waarbij motorkruiser Renée via de marifoon om een brugopening vraagt bij de hefbrug in het centrum van Woudsend. Op het moment dat de lichten op rood-groen springen ten teken dat de brug open gaat, wordt de Renée ingehaald door een sloep, die er op het dooie akkertje voorpiept en vrolijk als eerste onder de geopende brug door vaart.

In elkaars vaarwater
Ook brêgewachter van Woudsend doet een duid in het zakje en maakt aan de sloepvaarders duidelijk dat dit niet kan.

Behalve dat hiermee fatsoensregels worden overtreden, zorgt het gedrag van de bestuurder van de sloep ervoor dat de brug onnodig lang open moet blijven staan, met een rij wachtende auto’s aan weerszijden tot gevolg. Een brugopening was voor de sloep niet nodig. Het was dus veel handiger geweest de Renée als eerste door te laten, waarna de brug direct weer omlaag kon. Als een heer of dame handelen vergt dus ook een beetje inzicht! Weten hoe het ook alweer zit met vlotte en veilige brugpassage? Kijk dan op varendoejesamen.nl.

2. HINDERLIJKE HEKGOLF

Wie vaart, maakt golven. Dat is een onomstotelijk feit. Echter, hoe hoog die golven zijn en of de omgeving er hinder van ondervindt, dat heb je zelf in de hand. Om te voorkomen dat andere watersporters last hebben van de golven die jouw boot maakt, is het van belang de vaareigenschappen goed te kennen en regelmatig achterom te kijken om de hekgolf te beoordelen. Pas je snelheid aan als de situatie daar om vraagt, bijvoorbeeld in een smal kanaal waar je de oever zou kunnen beschadigen of bij het passeren van afgemeerde boten.

Overigens is het een hardnekkig misverstand dat vooral speedboten en sportcruisers hoge hekgolven maken. Tenminste, niet per definitie! Voor zowel snelvarende als waterverplaatsende boten geldt dat er een toerentalgebied is dat je beter kunt mijden in situaties waar hoge hekgolven onwenselijk zijn. Dat gebied ligt rond de rompsnelheid van de boot. Rond die snelheid gaat een waterverplaatser dieper liggen. Achter de boeggolf ontstaat dan een flink golfdal met een stevige hekgolf als resultaat. Bij een snelvarende boot komt op dit kritische punt de boeg omhoog, waardoor het achterschip dieper in het water zakt met een indrukwekkende hekgolf tot gevolg. Niet zelden gebeurt dit bij een snelheid die gelijk ligt aan de maximum snelheid op een vaarwater. De schipper houdt zich dan wél aan de snelheid, maar in zijn kielzog klotst alles los.

De oplossing? Gas terugnemen. Of bij een snelvarende boot in een vaargebied waar dit is toegestaan: even de gashendel wat verder naar voren, wat de boot in glijvaart brengt. Soms maakt 100 toeren meer of minder al een groot verschil. Niet alleen voor de hoogte van de golven, maar ook voor het brandstofverbruik. Varen rond de rompsnelheid maakt je boot namelijk zeer dorstig in verhouding tot de vaart die je dan maakt. Rekening houden met je omgeving is dus ook nog eens goed voor je portemonnee!

3. GEEN HULP AANBIEDEN

Het zal je maar gebeuren: je boot is vastgelopen op een ondiepte, of je wordt verrast door motorpech en daar lig je dan. Uit alle macht probeer je de aandacht te trekken van de passerende boten, maar de enige reactie die het oplevert is een vrolijk handgebaar terug! Een situatie die bij ons tijdens het maken van deze reportage op de lachspieren werkte. We weten echter op basis van eigen ervaringen en die van anderen dat het in de praktijk maar al te vaak voorkomt. De reden? Wellicht zijn we op het water een beetje doorgeschoten in het begroeten van Jan en alleman, waardoor we zwaaien automatisch beantwoorden met terugzwaaien.

Het naar elkaar zwaaien is oorspronkelijk namelijk bedoeld als communicatiemiddel tussen schippers. Het was, zeker in de tijd dat er nog geen marifoons waren, de enige manier om enerzijds kenbaar te kunnen maken dat je in de problemen was en anderzijds te ontdekken dat iemand hulp nodig had. Maar ook nu nog hebben lang niet alle boten een marifoon aan boord. Wuiven en roepen om hulp is dan soms de enige manier om uit je benarde positie gered te worden.

Wettelijk gezien is hulp bieden verplicht als een andere boot in gevaar verkeert, mits je daardoor niet je eigen boot en bemanning in gevaar brengt. Even vaart minderen en vragen of je kunt helpen is dan toch ook het minste wat je kunt doen. Al is het maar om voor de in problemen verkerende boot een berger te regelen, mocht je het zelf niet zien zitten een sleepje aan te bieden. Ga je wel over tot slepen, dan zijn er – afhankelijk van de omstandigheden en de omvang van de te slepen boot – meerdere manieren. Zo kun je er voor kiezen de pechboot langszij te nemen. Dit is vooral aan te raden als de ruimte beperkt is en er gemanoeuvreerd moet worden. Een andere optie is slepen aan een lange enkele lijn voorzien van spruit of met twee gekruiste lijnen op beide bolders. Motorboot publiceerde hier een uitgebreid artikel over in het oktobernummer van 2012. Speciaal voor onze lezers is dit artikel op Motorboot.com geplaatst onder Varen en Techniek | Specials.

 

4. NIET AANSLUITEN

We zien het regelmatig gebeuren in de sluis, aan de wachtsteiger bij een brug en in de jachthaven: watersporters die hun boot lukraak lijken te hebben neergelegd, zonder te hebben overwogen dat er wellicht nog anderen na hen komen die ook een plekje willen. Natuurlijk wordt hier door andere watersporters heel wat over afgemopperd, want als iedereen aansluit, passen er veel meer boten bij. Wellicht helpt het op deze momenten je te realiseren dat niet iedereen een begenadigd schipper is en soms ook hulpmiddelen als een boeg- en hekschroef ontberen. Met klamme handen varen ze die sluismuur of steiger tegemoet en als ze dan vervolgens schadevrij vast liggen, zijn ze blij toe. Dat er dan voor hen nog meters ruimte is, nemen ze voor lief – ze zijn veilig geland!

Er is echter ook een categorie die echt maling lijkt te hebben aan de varende medemens en die treft de Renée in ons verhaal. Tussen de sloep met twee gezellig borrelende dames en de Doerak ligt een metersgroot gapend gat dat net niet groot genoeg blijkt te zijn voor de Super Lauwersmeer kruiser. Als de sloep of de Doerak een klein stukje wordt verhaald, past het wel. Maar zowel de van de zon genietende dames als de eigenaren van de Doerak zijn niet van zins te helpen. Het hengeltje is ten slotte net uitgeworpen en de klapstoeltjes zijn neergezet. Wat de bemanning van de Renée ook probeert, de eigenaren van de twee boten aan de steiger zijn niet te motiveren in beweging te komen. Een kleine verzachtende omstandigheid bij dit soort situaties kan zijn dat men wellicht al een paar keer heeft moeten verleggen. Als er natuurlijk steeds boten tussen komen en weer gaan, blijf je aan de gang. Dat is iets om in het achterhoofd te houden alvorens in de aanval te gaan en je plekje op te eisen.

 

5. STAPELEN

Wie in het hoogseizoen vaart ontkomt er niet aan in populaire watersportgebieden te moeten ‘stapelen’, oftewel langszij aanleggen bij een andere boot. Volgens artikel 7.09 van het BPR dient een aan een aanlegplaats gemeerd schip een ander schip langszij te gedogen. Zie je dat iemand langszij wil komen, help dan een handje en hang bijvoorbeeld een paar stootwillen uit. Doe dit niet al op voorhand als goedbedoeld teken van gastvrijheid, want dat wordt dan weer beschouwd als belediging: je vertrouwt andermans stuurmanskunsten klaarblijkelijk niet!
Wie langszij gaat afmeren kan ook met een aantal dingen rekening houden. Zo is het verstandig te stapelen van groot naar klein. Kies dus het liefst een boot uit met vergelijkbare afmetingen of van een iets groter formaat. Daarnaast is het uit beleefdheidsoverwegingen het beste ‘om en om’ te liggen, dus met de boeg van jouw boot bij de spiegel van het schip waar je langszij gaat. Op die manier bied je elkaar de meeste privacy. Controleer wel of dit in verband met de veiligheid op de desbetreffende aanlegplaats is toegestaan. In sommige jachthavens moeten boten namelijk zo veel mogelijk met de boeg richting havenmonding liggen, om bij een calamiteit de haven snel te kunnen ontruimen.

Bij het vastmaken is het gebruikelijk de landvasten over de bolders of kikkers van het schip naast je te leggen en ze te beleggen op je eigen schip. Liggen er meer dan twee schepen naast elkaar, dan geldt dat van ieder oneven schip een lijn naar de wal wordt gebracht. De wind kan namelijk vat krijgen op zo’n rij boten, waardoor deze flink kunnen gaan liggen ‘wringen’.

Lig je eenmaal vast, maak dan even contact met de buren om een paar afspraken te maken. Hoe willen zij het liefst dat je over hun schip loopt? Via het voordek ligt het meest voor de hand, maar wat als zij daar ’s nachts onder liggen te slapen en jij dan naar de wal moet? Zorg er ook voor dat als er via jouw schip naar de steiger gestapt moet worden, je dek vrij is van obstakels. Tot slot is het handig om van elkaar te weten wat de plannen zijn. Stel je vanaf het eerste contact met je tijdelijke buren vriendelijk en welwillend op, dan kan zo’n overnachting naast elkaar zomaar eens gezelliger uitpakken dan je had verwacht! Zo maak je van de nood een deugd.

 

6. CREATIEVE KNOPEN

Heb je toch een plekje direct aan de steiger kunnen bemachtigen? Zorg er dan voor dat je het je buren niet te lastig maakt! Creatief geknoopte constructies waarbij een soort hindernisbaan op de steiger ontstaat zijn daarbij uit den boze. Houd je landvasten dus aan jouw kant van de steiger en gebruik bij voorkeur bolders die nog niet belegd zijn. Moet je toch de bolder van de voor- of achterburen gebruiken, leg er dan geen omslachtige knopen op, maar probeer bijvoorbeeld jouw landvast onder die van de buren te leggen. Het is sowieso beter je lijnen aan boord te beleggen in plaats van op de wal of steiger, omdat je dan niet van boord hoeft te stappen om de lijn iets te laten vieren of juist iets aan te trekken. Ook bij vertrek kun je zo vanaf de boot je lijnen binnenhalen. Bijkomend voordeel is dat de steiger niet vol ligt met eindjes touw waar de buren over kunnen struikelen. Voor iedereen een stuk veiliger dus!

 

7. ONGEVRAAGDE BEMOEIENISSEN

Natuurlijk is er helemaal niets mis mee om je hulp aan te bieden bij het aanleggen, maar soms schieten de stuurlui aan wal daar wat in door. Touwen worden ongevraagd uit de handen van de bemanning gerukt, met als gevolg dat de ingezette manoeuvre compleet de mist in gaat. Op veel motorboten zijn schipper en bemanning zo feilloos op elkaar ingespeeld, dat ze die hulp kunnen missen als kiespijn.

Wil je toch je behulpzaamheid tonen, vraag dan eerst of de hulp gewenst is en zo ja, wat je kunt doen. Vaak is een lijntje aannemen en over de door de bemanning aangewezen bolder leggen voldoende. Probeer je goedbedoelde adviezen en aanvullende acties te bewaren voor het moment dat blijkt dat de bemanning hier behoefte aan heeft. In de meeste gevallen werkt te veel ingrijpen vanaf de zijlijn louter averechts met mogelijk ruzie en schade als ongewenst resultaat! Dan kun je toch beter de onnodige hulp achterwege laten en de buren na aankomst een borrel aanbieden. Net zo gastvrij en met meer garantie op een gezellige afloop!

 

8. OBSTAKELS OP DE STEIGER 

Natuurlijk hebben wij het er in onze reportage flink bovenop gelegd met klapstoeltjes, vouwfietsen en zelfs een glaasje wijn midden op de steiger, maar toch is het wel degelijk een punt van aandacht: houd de steiger veilig beloopbaar! Met name vouwfietsen vormen nogal eens een bron van ergernis als die van boord worden gehesen en vervolgens op de steiger worden geparkeerd als ware het een openbare fietsenstalling. Mens en dier moet zich er vervolgens omzichtig omheen manoeuvreren, waarbij het risico bestaat dat ofwel de fiets of zij zelf ten val komen en te water gaan. Beter is het om de fietsen pas te voorschijn te halen als er daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt en ze na gebruik weer direct aan boord te zetten. Zo voorkom je overlast voor anderen en blijven de steigers veilig begaanbaar.

Overigens hulde aan scheepshond Link, die zelfs het wijnglas ongemoeid liet bij het herhaaldelijk voor de camera langs alle obstakels sluipen…

Leven en laten leven

Wie zich als een heer of dame op het water wil gedragen, komt met de acht onderwerpen die we in dit artikel hebben besproken een heel eind. In de basis is het niet ingewikkeld, het is vooral een kwestie van gezond verstand. En maakt u een keer een misstap, bedenk dan dat we allemaal mensen zijn. Laten we vooral ook niet te hard oordelen naar elkaar, de hobby die wij bedrijven heet tenslotte niet voor niets PLEZIERvaart!


magazine

Mogelijk interessante artikelen: