Zoals Jeroen Keijsper in zijn recente blog ‘Overwinteren, van bibberen naar genieten ’ al schreef, is het in de winter noodzakelijk om de boot winterklaar te maken als de motor en natte uitlaat door buitenwater gekoeld worden. Maar wanneer besluit je om dit te gaan doen? “Komende week gaat het nog niet hard vriezen, dus ik wacht nog even”, was mijn bijna dagelijkse terugkerende gedachte.
Een paar dagen vorst achter elkaar is geen probleem. Door mijn uitstelgedrag heb ik de hele vorige winter door kunnen varen. Dit smaakte naar meer. Als enthousiaste pleziervaarder verblijf ik het hele jaar een deel van de week op mijn boot, dus in alle weersomstandigheden. Zoals ik eerder schreef is mijn boot niet gebouwd om te liggen, maar om te varen. Zolang er geen ijs ligt (eenmalige uitzondering daargelaten) en de wind niet boven windkracht 5 komt, ga ik varen. Kou, wind en regen zijn geen probleem voor mij. De afgelopen anderhalf jaar heb ik vele winterse uren met ontzettend veel plezier gevaren. Het is zo rustig op het water en zo mooi, dat ik het stiekem nóg fijner vind, dan in de zomer. Een zonnetje en maximaal 25 graden is natuurlijk ook heel erg fijn, maar dan ben je nooit alleen.
Mijn grootste uitdaging in de herfst en winter is condensvorming. Door mijn adem en het koude vochtige weer treedt er condens op op de niet goed geïsoleerde delen van de boot. Leven in een ruimte met hoge luchtvochtigheid is niet goed voor je gezondheid, dus daar zat best wel een uitdaging. In deze blog schrijf ik over een aantal aanpassingen die ik gedaan heb om een zo comfortabel mogelijk leven aan boord te hebben tijdens de winter én om zo lang mogelijk te kunnen blijven varen.
Aan boord heb ik een aantal elektrische kachels en twee luchtontvochtigers. Deze kan ik op afstand via een app bedienen. De dieselkachel wordt binnenkort aangesloten op de Cerbo GX, zodat ik ook deze op afstand aan kan zetten. Verder kan ik op afstand zien hoe vochtig het is in alle vertrekken en wat de temperatuur is. Dit creëert de mogelijkheid om bij te sturen als ik niet aan boord ben. In het voorjaar van 2026 ga ik in Motorboot magazine uitgebreid in op het thema ’Maritieme Domotica’, het op afstand bedienen en monitoren van apparaten en sensoren.
De slaaphut
Vorige winter zag ik in de ochtend een keer vochtige plekken op mijn wollen dekbed. Condensdruppels van het kale staal druppelden op mijn dekbed. Tijdens de nacht heb ik geen kachel aan, dus dat verergert het probleem. Als ‘oplossing’ om schimmel te voorkomen heb ik een aantal weken op de bank in de salon geslapen. Vele uren heb ik op allerlei fora doorgebracht. Vraag 10 mensen om tips en je krijgt 10 verschillende antwoorden. Sommige zweren bij steenwol, kurk, een spuit purschuim terwijl anderen lyrisch zijn van Armaflex.
Heel recent is mijn kleine slaaphut geïsoleerd met Armaflex en volledig betimmerd. Ralph, degene die alle klussen aan boord uitvoert, heeft goede ervaringen met dit isolatiemateriaal. Voor de niet-geïsoleerde stalen delen waarin de vijf patrijspoorten zitten had zijn vader een goede tip: naaldvilt. Dit is een dun - tegenwoordig veelal synthetisch materiaal - gevlochten soort van tapijt. Dit efficiënte isolatiemateriaal wordt al jaren door autofabrikanten gebruikt om de kofferbak en andere onbedekte delen in de auto te bekleden en ook mensen met campers gebruiken het veel.
Ik heb gekozen voor lichtblauw naaldvilt van 4 mm dik. Een wereld van verschil! Het voelt heel warm aan, ondanks dat het zo dun is. Het is vrij goedkoop, met spuitlijm vrij makkelijk aan te brengen én het ziet er knus en warm uit. Een echte aanrader! Inmiddels heb ik nauwelijks nog condens in de slaaphut. In de opslagruimte onder het bed is er nog wel condens. Onder het matras heb ik een 1 cm dikke anti-condensmat, veel gebruikt in caravans.
Sinds kort heb ik een kleine olieradiator van 500 watt en een luchtontvochtiger van max. 200 watt in de slaaphut. Deze combi zorgt voor een veel gezonder klimaat. De thermostaat staat tijdens de nacht op 1. Dit is nodig omdat de luchtontvochtiger onder de 5 graden niet aanslaat. Mijn bed wordt voorverwarmd met een 60 watt elektrische deken. Verder draag ik sowieso altijd thermisch ondergoed en slaap ik onder een schapenwollen vierseizoenen dekbed. Het condensprobleem in de slaaphut is door deze ingrepen onder controle.
De salon
Gekscherend noem ik de leefruimte in mijn eenvoudige klassieke spitsgatkotter uit 1968 ‘De Salon’. De salon is redelijk goed geïsoleerd met piepschuim. Een paar onbedekte stalen delen van de spanten ga ik beplakken met naaldvilt. Ik kan dit pas doen als het helemaal droog is in de salon. Mijn andere luchtontvochtiger zal dit probleem tackelen. Meestal zet ik een kwartier voor aankomst op de boot de elektrische convector kachel aan op vol vermogen, zodat ik in een voorverwarmde salon kom. De hetelucht dieselkachel neemt het daarna over. De 150 watt vloerverwarming - een losse mat van 50 x 200 cm - gebruik ik nauwelijks aangezien ik aan boord op mijn schapenwollen sloffen loop.
De ramen zijn van enkel glas. Kunststof kozijnen met dubbelglas zijn niet mogelijk omdat de radius (de kromming van de ronde hoeken) van de kozijnen te klein is. Ik moet eerlijk zeggen dat er weinig condensvorming op het glas is. Dit komt vermoedelijk omdat de dieselkachel aan is als ik er ben. Als ik er niet ben is er ook vrijwel geen condens op de ramen. Dit kan kan ik via een camera zien. De salon is dus bijna onder controle.
De stuurhut
De stuurhut is deels overdekt met een vast stalen dak en deels met een tent. In de winter gebruik ik mijn ‘winterharde’ pvc-tent. Helaas treedt er wel vrij veel condens op, maar door de ventilatie via de kieren is het geen groot probleem. De zeer fijne heteluchtverwarming zorgt ervoor dat ik in de stuurhut toch comfortabel - zelfs zonder jas - kan varen. Als ik niet vaar ben ik meestal in de salon.
De boeg
In de deels geïsoleerde ruimte in de boeg staat mijn droogtoilet. Het onderwatertoilet heb ik vorig jaar vervangen voor een droogtoilet en alle oude doorvoeren heb ik dicht laten lassen. Vorst is dus geen probleem. Tussen de spanten is recent Armaflex geplakt. Binnenkort ga ik de koudebruggen met Armaflex tape beplakken en daarna vermoedelijk met schroten betimmeren. Het kale staal waar de patrijspoorten zich bevinden wordt nog met naaldvilt beplakt. De aanpassingen zullen de kou redelijk goed buiten houden en condensvorming flink terugdringen.
De motorruimte
Mijn aanpassingen, zoals hierboven beschreven, tackelen vooral het probleem rond vocht. Een soort van luxeprobleem. In de motorruimte ligt de focus volledig op het voorkomen van bevriezing van leidingen, afsluiters enz. De motor is het kostbare hart van de boot en moet koste wat kost vorstvrij blijven. Mijn oude BMC-dieselmotor werd gekoeld via kielkoeling. Dit is een gesloten systeem met antivries koelvloeistof en hoeft niet winterklaar gemaakt te worden. Echter, de natte uitlaat werd met buitenwater gekoeld, dus nog steeds oppassen bij strenge vorst. Mijn gloednieuwe Vetus turbodiesel wordt met buitenwater gekoeld, ook de uitlaat krijgt koeling via buitenwater. Het kielkoelingsysteem wordt in de nabije toekomst misschien gebruikt voor een watergekoelde elektromotor, als onderdeel van een hybride systeem. Vorst blijft dus altijd een aandachtspunt.
In de winter van 2024/25 heb ik de weersverwachtingen en de op afstand afleesbare hygrometer met thermometer goed in de gaten gehouden. Een beetje vorst is niet erg, aangezien de motorruimte zich grotendeels onder de waterlijn bevindt. Op allerlei fora heb ik veel blogs gelezen over het vorstvrij houden van de motorruimte. Van warmtelinten tot centrale verwarming, alles heb ik gelezen. Warmtelinten zijn ideaal maar kosten vrij veel stroom. Vroeger had men een 100 watt gloeilamp in de motorruimte. De warmte van de gloeilamp zorgde ervoor dat de ruimte vorstvrij bleef. Ik las ergens dat sommigen deze oude beproefde methode nog steeds toepassen.
Uiteindelijk heb ik gekozen voor een winterthermostaat en een klein 200 watt kacheltje. De winterthermostaat wordt automatisch geactiveerd als de temperatuur in de motorruimte zakt tot 3 graden Celsius. De stekker van de kachel zit in het stopcontact van de thermostaat en gaat dan aan. Zodra de thermostaat registreert dat de temperatuur 5 graden is, gaat er een timer in werking, die een uur later de kachel weer uitschakelt. Ik heb de kachel vlak bij de wierpot gehangen. Verder is er Armaflex geplakt op de huid van de boot en op de beide brandstoftanks. Thermische isolatie helpt ook weer een beetje om de warmte van de kachel optimaal te benutten en de ergste kou buiten te houden.
Betekent dit, dat ik de motor nooit meer winterklaar moet maken? Nee! Als het iets langer flink gaat vriezen, dan zal ik zeker antivries in de wierpot doen en met de waterpomp door de leidingen pompen. Zoals ik schreef was het de vorige winter af en toe een paar dagen 4 graden onder nul. In de motorruimte was het door de aanpassingen nooit onder de +3 graden. Een beetje vorst weerhoudt mij er niet van om te gaan varen. Dit is wat mij betreft één van de mooiste dingen om te doen.
Ik wens jou en jouw dierbaren een goede jaarwisseling en vele fijne vaaruren in 2026.
Frans de Lange