In de rubriek Aan boord bij stelt Motorboot normaal gesproken zeven vragen aan een stel dat samen op een motorboot vaart. Deze keer is dat anders: Frank Hensen (48) vaart solo. Hij woont op zijn kotter, de m.s. Bolder, die ligt afgemeerd op het Paterswoldsemeer bij de recreatiewoning van zijn vader. Hij is niet helemaal alleen, zijn trouwe hondje Pip (7) is altijd aan boord.
Aan boord bij is één van de populairste en meest gelezen artikelen uit het magazine en daarom zetten we dit voor deze keer exclusief online. Ben je (nog) geen abonnee, maar wil je meer van dit soort artikelen lezen? Klik dan hier voor de mogelijkheden!
Marjolein Scherrenberg
Waar komt het varen vandaan?
Ik ben opgegroeid aan het Paterswoldsemeer. Mijn eerste scheepje kreeg ik toen ik acht jaar oud was, een klein bootje met een buitenboordmotortje. Ik was altijd op het water te vinden, struinde rond en ging op verkenning in de regio. Vaak was ik op zoek naar het vliegtuigwrak van een Britse bommenwerper die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog in het meer is neergestort. Dat is inmiddels gevonden. Daarnaast deed ik ook aan waterskiën en wedstrijdzeilen. Ironisch genoeg heb ik eigenlijk watervrees. Toen ik twee jaar oud was, viel ik met mijn fietsje in het water en moest ik gereanimeerd worden. Sindsdien heb ik een haat-liefdeverhouding met water. Op mijn veertiende verliet ik het ouderlijk huis om naar de zeevaartschool in Delfzijl te gaan. Een jaar later verhuisde ik naar Rotterdam. Het plan was om offshore in de baggersector te gaan werken. Een mooi beroep, maar niet voor mij. Uiteindelijk bleef ik in Rotterdam wonen en werken. Lange tijd woonde ik op een woonboot, totdat ik na mijn scheiding op zoek moest naar een nieuwe plek. Zo kwam ik deze boot tegen.

Wat gaf de doorslag voor deze boot?
Deze boot vond ik via Facebook, het was liefde op het eerste gezicht. Hij is anders dan andere schepen: een stoer werkschip. Het is zwaar en degelijk gebouwd; de voorramen zijn maar liefst een centimeter dik. Je zou er zelfs mee kunnen zeilen, al heb ik dat nog nooit gedaan. Het schip is ooit gebouwd bij Pattje Waterhuizen Shipbuilders, met restmateriaal en afval. In 2001 kreeg het een nieuwe boeg, omdat Ynse Boomstra, de bouwer, dat mooier vond. Ynse Boomstra werkte als engineer bij Pattje en heeft dit schip zo’n veertig jaar in bezit gehad. Omdat hij ouder werd besloot hij het te verkopen. Bij mijn eerste vaartocht ging hij mee. Het schip lag toen in Leeuwarden. Na twee minuten vloog de boegschroef eraf, dus zonder boegschroef ben ik later verder gevaren naar Groningen. Sindsdien heb ik veel aan de boot veranderd: ik plaatste een nieuwe ondervloer en een houtkachel, vernieuwde de stroomvoorziening, legde 220V aan en installeerde nieuwe accu’s. Van coronaspatschermen maakte ik dubbel glas. De patrijspoorten komen uit het schip ‘Voorwaarts Voorwaarts’, een bekend schip in Groningen. Ynse had het schip ‘Meeuwtje’ genoemd, maar ik heb er ‘Bolder’ van gemaakt. Na mijn scheiding raakte ik dakloos en deze boot gaf houvast. Het is mijn thuis, mijn alles.

Waar hou je je mee bezig aan boord?
Ik ben zendamateur en besteed daar graag mijn tijd aan. Pip zorgt voor veel gezelligheid aan boord. In de winter ben ik druk met het sprokkelen van wrakhout en daarnaast ben ik vaak bezig met het verbouwen en verbeteren van het schip. Ook zit ik regelmatig achter de computer te werken en lever ik op aanvraag maritieme diensten. Iedereen is welkom aan boord en ik vind het leuk als mensen met mij mee willen varen. Dat is niet alleen gezellig, maar soms ook handig, bijvoorbeeld bij bruggen en sluizen.

Waarom de keuze voor deze ligplek?
Afgelopen winter lag ik dicht bij mijn vaders (84) huisje. Aankomende zomer wil ik rond de eilanden in het Paterswoldsemeer varen. Ik werk in de zomer als schipper op de rondvaartboot op het meer, dus blijf in de buurt.
Wat zijn je mooiste herinneringen?
Ik ben een vrijbuiter. Ik geniet ervan om helemaal alleen bij een eiland te liggen, een kampvuur te maken en dan buiten te slapen en te koken. Dat geeft zoveel rust. In het Paterswoldsemeer liggen twaalf eilanden, genoeg plekken om die stilte te vinden. Vorig jaar had ik een bijzondere ervaring als schipper op de rondvaartboot: ik mocht de nabestaanden van de bemanning van de Britse bommenwerper, die in het meer ligt, rondvaren. Een indrukwekkend moment.
Waar zou je graag nog eens heenvaren?
Ik zou graag nog eens naar IJsland varen. Met een paar aanpassingen zou dat met deze boot mogelijk zijn, want ze heeft altijd op zout gevaren. In het verleden ben ik al eens naar IJsland gereisd met mijn oude Eend. Eerst reed ik naar Denemarken, nam daar de boot naar de Faeröer eilanden en vervolgens door naar IJsland. Ik ben gefascineerd door het ruige water, de walvissen en de ongerepte natuur daar. Maar Nederland is ook mooi, soms ligt de schoonheid om de hoek.
Wat is je droomboot, als geld geen rol speelt?
Een kleine supplier lijkt mij wel wat. Dat zijn werkschepen die je vaak op zee ziet bij offshore eilanden en boorplatforms. Ze vervoeren materialen, personeel en proviand naar installaties op open water. Ik zou een miniversie willen, een schip met net iets meer ruimte, zodat ik minder snel dingen kwijt raak. En misschien zelfs met een douche en een wasmachine aan boord.
Kotter
Bouwjaar: 1980
Motorisering: 6-cilinder Ford Lehman
Aantal pk’s: 120 pk
Lengte over alles: 13 m
Breedte: 3,20 m
Diepgang: 1,20 m
Kruiphoogte: 2,45 m
Waterverplaatsing: 20 ton
Bouwmateriaal: staal
Rompvorm: knikspant
Bijzonderheden: gebouwd met restmateriaal