Het jacht Piet Hein is in 1937 het huwelijkscadeau van het volk voor Juliana en Bernhard. Tot 1980 blijft het schip eigendom van de koninklijke familie. Nu houden vrijwilligers van de Stichting Piet Hein dit varende monument met man en macht in de vaart. Dit verhaal gaat over de bouw, het koninklijk gebruik en over de strijd voor een behouden toekomst van een vorstelijk vaartuig.
Gabriël van Seumeren
Kort na de bekendmaking in 1936 van de verloving tussen prinses Juliana en Bernhard zur Lippe-Biesterveld wordt een algemeen comité tot aanbieding van een nationaal huwelijksgeschenk opgericht. Het geschenk zal onder meer bestaan uit een jacht. Een technische commissie wordt belast met het ontwerp en de bouw. We raadplegen voor dit verhaal het in 1937 uitgegeven boek Het Prinsenjacht Piet Hein, waarin de totstandkoming van de Piet Hein uitvoerig beschreven en bejubeld wordt.
Het verloofde paar gaf te kennen had gegeven een motorjacht te willen krijgen, dat geschikt zou zijn voor gebruik op de Nederlandse binnenwateren. Er wordt een onderzoek ingesteld om de afmetingen van het jacht vast te kunnen stellen. Volgens het negentig jaar oude boekje komt de “lengte over dek” op 31 meter, de breedte op 5,50 meter, de diepgang op 1,54 meter en de hoogte “aan den schoorsteen” op iets meer dan 5 meter. Met deze maten zou het schip “alle provinciën van het land kunnen bereizen”, maar ook in staat zijn om buitenlandse reizen over zee te maken.

Technisch Bureau H.W. de Voogt leverde het ontwerp, het lijnenplan en het technisch bestek van de Piet Hein. Het interieur werd getekend door Ir. S. van Ravensteyn. De opdracht voor de bouw van het jacht werd gegeven aan de Amsterdamse scheepswerf van de heer G. de Vries Lentsch Jr.. Dat de bevolking van Nederland meeleefde met de bouw, blijkt wel uit het feit dat “vijftig firma’s en dertig particulieren onderdelen gaven of voorwerpen verstrekten ten behoeve van den inventaris”.
De bouw
De kiellegging van bouwnummer 1350 vond op 25 maart 1937 plaats. Het prinsenpaar was er niet bij, maar gaven volgens het boek “van hunne belangstelling blijk door het zenden van een telegram”. Na de kiellegging ving de bouw van het rondspant casco aan. Dat werd niet gelast, maar met “duizenden klinknagels die hun plaats vonden” in elkaar gezet, zo lezen we. Op de loopdekken werd teakhout gelegd. Machinefabriek Gebr. Stork & Co. uit Hengelo leverde twee 8-cilinder Stork Ganz dieselmotoren met elk 160 pk bij 700 toeren, die de Piet Hein een snelheid van 22 kilometer per uur zouden geven. Een 30 pk sterke Kromhout dieselmotor diende als generator. Het jacht had twee brandstoftanks van 1.800 liter elk, twee smeerolietanks en een 3.500 liter grote watertank met boiler voor de warmwatervoorziening.

Interieur van toen
Het boek Het Prinsenjacht Piet Hein neemt ons mee door het interieur van het schip zoals dat er in 1937 uitzag. Het met zeildoek overdekte achterdek gaat over in een loggia, die beschutting biedt bij minder mooi weer en die door middel van glazen deuren verbonden is met de salon. Daar vallen de schrijver de ronde vormen van de meubels op: aan stuurboord een boekenkast, aan bakboord een rond gebogen sofa met salontafel en comfortabele stoelen. Tegen de voorwand van de salon bevinden zich een theemeubel en een bureau, waar Juliana officiële stukken zou gaan ondertekenen en een “zeer modern Philips toestel alsmede een grammofoon”. Aan de wand hangt een albasten plaquette met een beeltenis van de naamgever van het jacht.
Vanuit de salon komen we in de hal, waar twee zijdeuren midscheeps toegang tot de gangboorden geven. Aan stuurboord naar voren lopend, belanden we in het stuurhuis. Naast de stuurstand met instrumenten treffen we hier “een groote sofa”, waarbij de schrijver zich in 1937 “met vreugde voorstelt dat Hare Koninklijke Hoogheid erop plaats zal nemen, terwijl haar echtgenoot eigenhandig het stuurwiel van zijn schip zal bedienen.” Voor het stuurhuis zijn de “dienkamer en de eetkamer” gelegen. De eetkamer is ingericht met meubels in dezelfde stijl als in de salon.
Van uitzonderlijke kwaliteit
De ruimte benedendeks bestaat uit zeven compartimenten, gescheiden door zes waterdichte schotten. Voorin de punt van de Piet Hein ligt het eenvoudige “bemanningsverblijf van de dekknechts.” Deze ruimte is ingericht met vier klapkooien, kasten en een kleine keuken. Verder beschikten de knechts over een wc, een douche en een waskom. Het hier achter liggende compartiment omvat de kombuis met voedsellift naar de eetsalon, een wc en een extra hut. Verder bevinden zich op deze hoogte in het jacht de hutten van de kapitein, de machinist en de kok. Bijna midscheeps, onder de stuurhut, ligt de 25 vierkante meter grote machinekamer.
Achter de machinekamer bevindt zich het slaapvertrek van Juliana en Bernhard, toegankelijk via een eigen trap in de centrale hal. Het vertrek is ingericht met een lits-jumeaux, een sofa, een “keurige kaptafel” en kasten. Het sanitair is “van uitgezochte kwaliteit”, aldus de schrijver. Achter in de salon bevindt zich de trap die afdaalt naar de drie gastenverblijven: een tweepersoonshut en twee éénpersoonshutten. Deze beschikken elk over een waskom en gezamenlijk over een linnenkast en een badkamer met wc en zitbad. Achterin de Piet Hein is plaats voor een “magazijn.”
De schrijver sluit de beschrijving van de Piet Hein uit 1937 af met een wat poëtische lofzang op het bouwproces van het jacht, in de overtuiging dat “voor allen, wier vaardige handen het jacht tot stand brachten”, dit een “een heerlijke taak” moest zijn geweest. Hij spreekt daarbij de wens uit dat “dit vorstelijke schip ertoe bij mag dragen de banden tussen de Natie en het Oranjehuis te verstevigen!”
Koninklijk logboek
De tewaterlating van de Piet Hein vindt plaats op 14 augustus 1937, de overdracht aan het prinselijk paar op 28 augustus. In de jachthaven van Muiden komen zij aan boord en varen met Prins Bernhard aan het roer de toenmalige Zuiderzee op. Het schip zet koers naar het Buiten-IJ, waar een vloot van een kleine duizend jachten haar feestelijk onthalen.
Tot het uitbreken van de tweede wereldoorlog wordt onder kapitein Otte Blom intensief gebruik gemaakt van de Piet Hein. Vele buitenlandse staatshoofden die Nederland bezoeken, varen mee. Tijdens de oorlog is het schip geconfisqueerd door de Duitse bezetter en gebruikt als commandoschip van de Luftwaffe. Na deze donkere periode wordt de Piet Hein uitgeleefd in Hamburg teruggevonden met een kanon op het voordek. Het mooie bestek van Kempen en Begeer is verdwenen, het servies is nog wel aan boord. Na herstel door de Koninklijke Marine neemt de familie het schip weer in gebruik.
Een ontvangst in Leeuwarden en een defilé van honderden platbodems in Eernewoude zijn in 1947 de memorabele hoogtepunten van een bezoek aan de provincie Friesland. Juliana wordt in 1948 koningin en daarmee promoveert de Piet Hein tot Koninklijk jacht. De opening van het Amsterdam-Rijnkanaal in 1952 wordt verricht doordat de Piet Hein met koningin Juliana aan boord de nieuwe Prins Bernhardsluis bij Tiel passeert. Datzelfde jaar luistert het jacht in Helsinki de Olympische Spelen op. Tijdens de watersnoodramp van 1953 stelt de koningin haar jacht beschikbaar als evacuatieschip. De Piet Hein wordt onder meer in 1958 en 1970 per koopvaardijschip of marineschip voor vakanties overgebracht naar Porto Ercole in Italië. Het jacht kan deze reizen niet op eigen kiel te maken.
Het Koninklijk paar bezoekt in 1959 de K.M.J.C. in Den Helder en in 1960 woont de Piet Hein de viering van het 50-jarig bestaan van de K.Z. & R.V. De Kaag bij. Om het schip zeewaardiger te maken, worden in de jaren ‘60 Denny-Brown stabilisatoren ingebouwd. De Stork motoren worden in 1969 vervangen door DAF diesels van het type DK 1160 M, elk 210 pk sterk. De Piet Hein viert in 1972 het 125-jarig bestaan van de K.N.Z. & R.V. in Muiden mee en in 1978 houdt koningin Juliana een vlootschouw vanaf hun jacht tijdens Rotterdam Maritiem.
In stand gehouden
In 1979 wordt bekend dat het koninklijk paar de Piet Hein wil gaan overdragen. Dat gebeurt daadwerkelijk op 17 december 1980, na een laatste vaartocht door Rotterdam. Bernhard en Juliana stappen in de Coolhaven af. Juliana trad in april van dat jaar af en is weer prinses. Ook de Piet Hein mag met pensioen. De voor dit doel opgerichte Stichting Piet Hein neemt het beheer dan over. De Piet Hein wordt naar wens van het prinsenpaar ingezet voor maritiem jeugdwerk bij het Zeekadetkorps, dat in juni 1985 beschikking krijgt over het schip. Het schip is in slechte staat en sloop dreigt als serieuze optie. Onvermoeibare vrijwilligers lenigen de eerste nood en verrichten met steun uit het Rotterdamse bedrijfsleven enige reparaties, maar groot onderhoud is onvermijdelijk.
Een bijzondere rol is hierbij weggelegd voor Willem Spuybroek. Samen met andere vrijwilligers stopt hij de teloorgang van het schip met steun uit het bedrijfsleven. DAF garandeert bijvoorbeeld vijftig jaar het onderhoud aan de motoren en de Schildersschool laat langdurig werkelozen het jacht schilderen. Uiteindelijk krijgt de Piet Hein in 1990 een grotere opknapbeurt bij de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM). In 1995 komt er een boegschroef in het schip.


Revisie
We zijn uitgenodigd aan boord van de Piet Hein door Richard Jongste. Hij is de voorzitter van de Stichting Piet Hein. Een paar vrijwilligers zijn aan een pauze toe en schuiven aan voor de koffie in de salon, die er nog precies zo uitziet als beschreven in het boek uit 1937. “Dat geldt voor het hele schip”, vertelt Jongste. “Bij de grote revisie van 2015 is ze in originele staat teruggebracht. De Piet Hein mocht destijds niet meer varen omdat er te dunne plekken in de huid van het onderwaterschip waren aangetroffen. Ze is bij Kooiman in Zwijndrecht de werf opgegaan en van een geheel nieuw onderwaterschip voorzien. Er is met 3D-techniek een platenpakket gemaakt. Ook zijn er nieuwe spanten en stringers gerealiseerd en er is een hoop ballast uitgegaan.”
Alle betimmering benedendeks is er in 2015 volgens de mannen door timmerlieden vakkundig uit elkaar gehaald en opgeborgen, om later weer terug te kunnen zetten. “Het is misschien leuk om te vertellen dat Willem-Alexander dat jaar een bezoek bracht aan Dordt in Stoom”, vertelt gezagvoerder Rudy van Muilwijk. “Ik was de schipper toen we met een nagenoeg leeggehaalde Piet Hein langs de koning op het Groothoofd zijn gevaren, puur voor het plaatje. Daarbij was slechts één kant van het schip geschilderd.”
Stichting Piet Hein
Tegenwoordig ligt het schip in de Museumhaven, maar het jacht maakt geen deel uit van het museum. De stichting Piet Hein houdt het schip in goede conditie, maar draait op vrijwilligers en ook hier ligt de vergrijzing op de loer. Geld is daarbij ook een voortdurende zorg. Om inkomsten te genereren, is de Piet Hein te huur voor dagtochten en het jacht is vaak present bij nautische evenementen. “Er is een kern van mensen die de activiteiten dragen, maar er vallen er steeds meer af en jonge aanwas is er eigenlijk niet”, vertelt Jongste. ”En we moeten het schip om de vijf jaar technisch laten keuren. Dat staat weer voor de deur. We moeten wel zorgen dat er weer geld is en dat we de werkzaamheden kunnen laten uitvoeren. Er zijn zorgen over de toekomst. Zo veel en zo lang mogelijk met de Piet Hein blijven varen, dat is ons uitgangspunt.”
We proberen de mannen nog wat smeuïge verhalen over de koninklijke tijd van de Piet Hein te ontlokken, maar discretie staat hoog in het vaandel. “Het gaat om het schip”, licht Richard Jongste toe. Het gerucht dat een houten schot ooit het echtelijk bed aan boord in twee helften gedeeld zou hebben, krijgen we dan ook niet bevestigd.
Jongste heeft gelijk: er valt genoeg te vertellen over de Piet Hein zonder in private koninklijke details te vervallen. Voor we weer van boord gaan, staan we nog even aan de reling en kijken over het water van de Leuvehaven. Zouden Juliana en Bernhard ooit op deze plek in het gangboord naar enthousiaste onderdanen hebben staan zwaaien? Vast wel. We wuiven in gedachten even naar het volk, dat verderop op de kade loopt en zich nergens van bewust is. Vol van historisch besef lopen we de loopplank weer af. Het vorstelijk jacht Piet Hein is een bijna negentig jaar oud, varend monument. Het maakt deel uit van onze nationale geschiedenis en verdient ook een mooie plek in onze maritieme toekomst. M
Met dank aan Stichting Piet Hein.