Blog Frans
Blogbook

‘It kin net’

Profielfoto Frans de Lange
Frans de Lange

Voordat ik één nautische mijl gevaren had, heb ik mij wekenlang verdiept in allerlei thema’s die met varen en boten te maken hebben. Van regels op en rond het water, bootaccessoires, verfsystemen en techniek tot aan terminologie, ofwel vaktermen. Zeg nou eerlijk, je wilt toch tenminste de indruk wekken dat je er verstand van hebt.

Terminologie

In deze blog beperk ik mij tot het thema terminologie en binnen dit grote thema beperk ik me tot slechts één onderdeel. Heb ik de wijsheid in pacht? Wel nee joh, zeker niet, maar al varende merkte ik dat er allerlei termen, soms door elkaar, gebruikt worden en daar wil ik dan het fijne van weten. Veel termen betekenen hetzelfde, zoals bijvoorbeeld fenders en stootwillen, waarbij stootwil een meer traditionele term is. Vroeger waren dit kussens van gevlochten touw die aan de zijkant van boten hingen. ‘Fender’ is een modernere term voor hetzelfde, maar er zijn veel vormen en soorten bij gekomen, zoals de kogelfender en de steiger- en paalfender.

Verschillende fenders aan boord
Verschillende fenders aan boord

Vele pagina’s zou ik kunnen vullen met nautische vaktermen. Alleen al het woord ‘touw’ versus de verschillende lijnen is paginavullend. Zodra je aan boord van een boot stapt, heet een touw ineens een lijn, maar afhankelijk van de functie of situatie zijn er weer verschillende lijnen. Ik noem er één: touwen om de boot vast te leggen heten landvasten, maar bij storm leg je er meestal een lijntje bij: de spring of springlijn. Deze diagonale aanmeerlijn maak je aan de middenbolder vast. De voorspring voorkomt dat de boot bij wind naar achteren beweegt en de achterspring voorkomt dat de boot naar voren beweegt. Dit slaapt een stuk comfortabeler.

Hoogte- en dieptepunten

In volgende blogs kom ik zeker op het veel te leuke thema ‘terminologie’ terug. Nu terug naar het thema van deze blog: ‘hoogte- en dieptepunten’. Al tijdens het uitzetten van een vaarroute krijg je te maken met hoogten en diepten. Te lage, niet-beweegbare bruggen, ondiepe sloten en vaarten wil je het liefste al van tevoren vermijden. Bij het uitzetten van een route houd ik hier altijd rekening mee. Zelf gebruik ik de Waterkaarten-app en die houdt hier rekening mee, maar voor de zekerheid dubbelcheck ik het altijd. Beter een uurtje extra besteden aan de route dan er later achter komen dat je niet verder kunt en je een halve dag moet omvaren.

Met dank aan Waterkaarten app
Met dank aan Waterkaarten app

Ergens onderdoor kruipen

De verticale afstand tussen de waterlijn en het hoogste vaste punt van je boot, zoals de stuurhut of het dak, heet ‘kruiphoogte’. Bij mijn boot is de kruiphoogte met het rvs-mastje naar beneden geklapt 2,40 meter. Met het mastje omhoog is dit 3,80 meter. De verticale afstand tussen het wateroppervlak en het laagste punt van de onderkant van een brug of tunnel heet ‘doorvaarthoogte’.

De beide termen worden heel vaak door elkaar gebruikt. Zelfs in verkoopadvertenties van dure boten en in allerlei magazines wordt heel vaak over de ‘doorvaarthoogte’ van een boot gesproken, terwijl de ‘kruiphoogte’ bedoeld wordt. Zonder uit de hoogte te doen, fascineert deze Babylonische spraakverwarring mij en wil ik het fijne ervan weten.

‘It kin net’

Een halve eeuwigheid geleden was er een reclame op tv van een Friese kruidenbitter. In die reclame vroegen een paar Hollanders of het ijs dik genoeg was om op te schaatsen. Een Friese agrariër antwoordde droog: “It kin net”, en dat werd opgevat alsof het wel kon. Ze waagden zich op het ijs en zakten er direct doorheen. Deze Friese uitspraak is daarna in de Nederlandse taal als een soort grap omarmd, zo ook in de pleziervaart.

2,50 – 2,40 = - 0,05

Om te checken of je met jouw boot onder een dichte brug kunt doorvaren, kun je een simpel rekensommetje gebruiken: doorvaarthoogte minus kruiphoogte is: 1) je kunt eronderdoor varen, of 2) neem contact op met de brugwachter en vraag of de brug open mag. ‘Appeltje-eitje’ zou je denken, maar toch voer ik in 2024 bijna tegen de Kadoelerbrug vlak bij Kraggenburg aan. Het was een regenachtige periode in april en er stond die dag heel veel wind. Een vriend stond aan het roer en ik stond buiten en keek over het hoogste punt van mijn boot naar het laagste punt van de brug.

Kadoelerkeersluis en -brug
Kadoelerkeersluis en -brug

Heel langzaam naderden we de brug met een doorvaarthoogte van 2,50 meter. Ik, geboren en getogen in Zuid-Holland, dacht: “Het kan net.” Op het allerlaatste moment zag ik tot mijn schrik dat het niet ging lukken. “Stop!” schreeuwde ik heel hard. Met heel veel moeite konden we voorkomen dat de boot de brug zou raken. Vol gas achteruit, tegen de harde wind in, zetten we koers naar de grote dukdalven. Ik vloekte hard en duwde met mijn benen de boot net op tijd weg. Het scheelde weinig of de helft van de scepters (de staanders die de stalen relingdraden op z’n plaats houden) aan bakboordzijde waren afgebroken, of erger.

Ik was enorm geschrokken en gechoqueerd dat dit allemaal binnen een minuut gebeurde. Uiteraard heb ik mijn verontschuldigingen aan mijn goede vriend aangeboden vanwege mijn gevloek. Vloeken is geen gewoonte van mij, maar hier floepte het er gewoon uit. Het Nederlandse ‘het kan net’ bleek in werkelijkheid het Friese ‘it kin net’ te zijn. Het rekensommetje gaat bij het uitzetten van de route over de waterstand ‘op papier’, maar op het ‘moment suprême’ gaat het natuurlijk over de actuele waterstand. Blijf alert!

Voorbeeld rekensom
Voorbeeld rekensom

Van verre kijken

Domme maar zeer leerzame actie van mijzelf! Door de zware regenval van de dagen ervoor was het waterniveau minimaal 10 cm hoger en de harde wind in de rug zorgde voor vrij hoge golven en duwde het water nog verder omhoog. Er was dus minder ruimte onder de brug. Nadat we een stukje teruggevaren waren, kon ik de hoogteschaal zien en daar zag ik dat de doorvaarthoogte ongeveer 2,35 meter was. Als ik dit ruim van tevoren met mijn verrekijker had gecheckt, had dat een hoop stress gescheeld. Even later belde ik de brugwachter en al na vijf minuten ging de brug voor ons open. Misschien had de brugwachter ons op afstand zien klooien. Het liep gelukkig met een sisser af.

Je hebt op het water te maken met hoogteschalen, peilschalen, kanaalpeilen ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en vast nog meer schalen en peilen. Een ‘hoogteschaal’ is een geel-zwarte meetlat waarmee je de actuele doorvaarthoogte direct afleest op het waterniveau. Een ‘peilschaal’ is een blauwe meetlat met witte markeringen en meet het actuele waterpeil.

Stichtse brug richting Gooimeer
Stichtse brug richting Gooimeer

Deze zijn er met een goede reden, want de waterstand varieert door allerlei factoren, zoals bijvoorbeeld regen en windopzet. Windopzet wordt ook wel wind- of stormeffect genoemd en is de verhoging van de waterstand aan zee of op een meer doordat de wind het water één kant op blaast. In de buitenhaven van Huizen, mijn vaste ligplaats, is de waterstand om die reden soms binnen een paar uur een halve meter hoger. Sinds het voorval bij de Kadoelerbrug ligt mijn verrekijker in de stuurhut om op tijd onder andere hoogteschalen af te lezen en kan ik veilig onder gesloten bruggen varen of op tijd een brugwachter bellen. Ook kan ik vaak van tevoren zien op welke hoogte mijn fenders moeten hangen bij een wachtsteiger.

Frans de Lange

Vollenhoverbrug
Vollenhoverbrug


Voordelen van het
Motorboot abonnement
12 keer per jaar thuisbezorgd én online
Onbeperkt toegang tot alle content
12 keer per jaar onze nieuwsbrief
Korting op interessante events
Ik word abonnee van Motorboot
al vanaf 68,- per jaar