Redactie Motorboot
Gepubliceerd op 28 oktober 2024, 11:00
De catamaran ‘MiO’ van Karen en Hans Scherer* is een blikvanger, een niet-alledaagse verschijning op het water. De bootnaam staat voor ‘Made it Ourselves’. Maar dat had net zo goed ‘Uhh’ kunnen zijn: ‘Uit het hoofd’. Want Hans en Karen bouwden het schip helemaal zelf, voornamelijk op het oog. Wat Hans bedenkt, kunnen zijn handen maken. Een jaloersmakende eigenschap. Het leverde een bijzondere boot op met een verhaal. Motorboot toog naar Meppel om dat op te tekenen.
Met een vakantietocht door België op een Super van Craft 12.20 is niks mis, natuurlijk. Alle luxe en comfort onder handbereik. Maar toch, er begon wat te kriebelen. Het mocht allemaal wel wat vlotter en lichtvoetiger, vond Karen. En Hans had nog andere voorkeuren bij de ideale boot voor hem: geschikt voor droogvallen en een elektrische voortstuwing. Reden om na te denken over alternatieven. Zo kwam de multihull als boottype in het vizier. Weinig weerstand, dus vlot varend en met een zee aan leefruimte. Bestaande cats bleken te breed, niet praktisch voor binnenwateren. Daarom viel de keuze op zelfbouw en dat was bovendien altijd al een sluimerende wens van Hans: “Ik wilde ooit een keer een eigen boot bouwen.” Karen is ‘zij-instromer’ in de watersport, maar Hans, elektrotechnicus van beroep, groeide ermee op; hij had vroeger de Biesbosch als thuiswater.
Geen bouwtekening Speurend naar de ideale cat deed Hans her en der inspiratie op en hij nam een 17 meter cat als uitgangspunt. Die verkleinde hij tot hij 2 meter stahoogte had in de rompen en kwam zo tot een ontwerp met een romplengte van 12 meter. Hans: “Daar heb ik eerst een model van gebouwd, in schaal 1 op 10. Ik wilde vooral weten of de rompen voldoende ver uit elkaar stonden om interferentie tussen de boeggolven te voorkomen.” In praktijk blijkt golfgedrag op ware grootte goed uit te pakken; de rompen zijn op de waterlijn vrij slank, 88 centimeter breed en veroorzaken nagenoeg geen boeggolven.” Opmerkelijk is dat er geen uitputtend scheepsbouwkundig rekenwerk ten grondslag ligt aan het ontwerp en dat er ook geen gedetailleerde bouwtekeningen zijn. Hans: “Ik had wel een bouwtekening gevonden op internet van een catamaranromp met gedetailleerde dwarsdoorsneden. Die was echter van een modelzeilboot, 1,20 meter lang, dus die heb ik tien keer vergroot en vanaf midscheeps naar achter de rompen aangepast, want achter had ik meer drijfvermogen nodig vanwege de motorisering. Ik heb weinig berekend, maar tijdens de voorbereidingsfase van 2,5 jaar heb ik wel veel nagedacht over de constructie van de cat en wat detailschetsen gemaakt. In mijn hoofd wist ik evenwel hoe de catamaran er uit moest gaan zien en dat ben ik gaan maken.”
Buitenboordmotoren Hans vertelt dat hij aanvankelijk elektromotoren wilde monteren. “Eerder heb ik een zeiljachtje van een elektrische voortstuwing voorzien, met een Torqeedo buitenboordmotor en twee zonnepanelen. Dat werkte prima. Voor deze cat had ik echter veel meer accucapaciteit, zonnecellen en een generator nodig, waardoor het allemaal te duur werd.” Karen vult aan: “We hebben lijstjes gemaakt met plussen en minnen van diesel, buitenboordmotoren en elektrische voortstuwing. ”Hans: “Diesel viel snel af; te complex, terwijl ik juist alles zelf wilde doen. Met een vaste as kun je ook niet droogvallen en met een saildrive evenmin. Toen een plaatselijke leverancier twee witte tweetakt buitenboordmotoren bleek te kunnen leveren, viel onze keuze daarop. Voor een betere aanstroming van het water naar de schroeven heb ik de achterzijde van de rompen voorzien van een schroeftunnel.” Nu hangen er twee Evinrudes E-Tec van 50 pk elk achterop de MiO. Eerste proefvaarten maakten duidelijk dat daarmee de gewenste vlotte vaart makkelijk bereikt wordt. De cat zit met 3.000 toeren al op 17 km/u en de maximale snelheid komt boven de 35 km/u. Bij het manoeuvreren in een haven moet je niet te veel willen sturen, maar vooral de motoren laten werken: de één vooruit en de ander achteruit laten slaan. De draaicirkel is wat groter dan bij een motorjacht van vergelijkbare lengte; wel even wennen, maar inherent aan het scheepstype.
Lattenbouw Terug naar het begin. Toen eenmaal het besluit tot zelfbouw was genomen, was één van de eerste dingen die Karen en Hans deden het benodigde houtpakket bestellen bij MacBoat in Medemblik. Een partij Canadese red cedar, met hol/bol gefreesde latten voor ‘stripplanking’, ofwel een lattenbouwmethode. Met deze werkwijze is op een relatief eenvoudige manier een mooie en sterke rompvorm te maken, door lat tegen lat – bolle kant in de holle kant - over de spanten te monteren en vervolgens te bekleden. Beide rompen, de vrijboorden en de zijkanten van de opbouw zijn op deze manier gemaakt. Hans: “Ik ben gewoon begonnen met bouwen, ook al had ik geen ervaring met nieuwbouw. Naast de zaterdag en zondag had ik de vrijdagmiddag ter beschikking. Ik heb eerst de dwarsdoorsneden laten uitprinten, vastgelijmd op multiplex, vervolgens uitgezaagd en opgesteld met 50 centimeter tussenruimte. Een kielbalk van 30 mm dikte met daaroverheen een 15 cm brede multiplex strook is de ruggengraat van de constructie, die zorgt voor sterkte en stijfheid. Over de dwarsdoorsneden brachten we de latten aan, die werden bekleed met glasvezeldoek en vijf lagen epoxy. Vervolgens heeft Karen alle dwarsdoorsneden verlijmd met epoxy. Verder had ik alle lijnen van de cat op ware grootte uitgezet en ingemeten.”
Relatietest De bouw van de rompen gebeurde in een loods, waar een bouwbed werd gemaakt. De woning van Karen en Hans was echter ook veranderd in een bouwplaats, want Hans wilde zoveel mogelijk onderdelen vooraf klaar hebben, zodat het een soort bouwpakket zou worden, met de bedoeling om de bouwtijd in de loods zo kort mogelijk te houden. Karen, lachend: “Op het toilet na, stond echt in elke kamer wel iets. Er was al tegen ons gezegd dat zo’n zelf-bouwproject een goede relatietest was, en dat klopt ook wel. Wij hebben geen problemen gehad, maar ik kan mij voorstellen dat áls er iets schort aan je relatie, het aan het licht komt bij zo’n project.” Ze laat foto’s zien waarop inderdaad allerlei bouwstukken binnenshuis staan. Voordeel was wel dat ze bijvoorbeeld de opstelling van de banken in de stuurhut op ware grootte konden testen. Hans en Karen wilden niet dat de cat hoekig zou ogen en besteedden daarom veel aandacht aan het afronden van de boeg, hoeken en randen. Snel verteld, maar een berg extra werk. Het betekende laag op laag aanbrengen en in vorm raspen en schuren en moeilijk te realiseren bochten opvullen met massief hout, dat eveneens in vorm werd geraspt en geschuurd.
Tegenslagen Dat niet alles tijdens het bouwproces van een leien dakje ging, blijkt uit dagboekcitaten die Karen spontaan voorleest: “Een balk met ‘voorkant’ erop blijkt ‘ingang’ van de schuifpui te zijn. Voor we dit ontdekken, heeft Hans er al twee stukken uit gezaagd. Die kunnen er dus weer aan. Veel geklooi met bouten en schroefjes, maar uiteindelijk komt het goed.” Zoals te verwachten viel, heeft Hans het schuifsysteem zelf bedacht en uitgevoerd. Het resulteert in een gerieflijke doorgang van de salon naar de kuip, die tevens zorgt voor veel lichtinval en uitzicht. Een andere tegenvaller was het schilderwerk. Karen en Hans wilden afgelopen zomer dolgraag varen en begonnen vol optimisme de buitenkant te plamuren, te schuren en te schilderen. Ze kregen het plamuur- en verfwerk echter niet strak. Frustrerend. Uiteindelijk schakelden ze professionele hulp in van Jachthaven Meppel, ook al kostte dat nog meer rondes plamuren en schuren. Hans over deze keuze: “De boot was geworden zoals we hem wilden hebben, dus het was zonde om niet die laatste finishing touch goed aan te brengen. Anders zou de afwerking altijd een doorn in het oog blijven. ”De laatste verflaag is, op advies van jachthaven Meppel, een grondverf met 70 procent glans. Dat heeft als resultaat dat dit zelfbouwschip het uiterlijk heeft gekregen van een polyester schip.
Te water Na anderhalf jaar bouwen in de loods – en een voorbereidingsproces van 2,5 jaar - ging de MiO in oktober 2019 te water. Het resultaat mag er zijn. De cat meet 12,80 x 3,98 x 0,80 meter, met een kruiphoogte van 2,90 meter. De waterverplaatsing is circa 5 ton. Het ontwerp oogt eigentijds met z’n strakke en toch vloeiende lijnen van de stuurhut en de fraaie, op maat gemaakte rvs reling. De stuurhut/salon vormt het epicentrum van het boordleven. De stuurstand staat aan bakboord. Ervoor is een bedstee voor twee personen. Erachter in de bakboordromp is de natte cel gesitueerd, met toilet en wastafel. In de stuurboordromp komt vooraan een complete kombuis. In de salon is verder ruimte voor een wasmachine, een kleine kachel en veel zitgelegenheid. De kuip biedt veel bewegingsruimte en onder de lounge-bank achterop is een grote berging, waarin de benzinetanks en de accu’s van de motoren staan. Vouwfietsen en andere omvangrijke attributen vinden een plek in een royale bergkist voorop. De luiken daarvan bieden eventueel plaats aan extra zonnepanelen. De gangboorden zijn voorzien van een extra laag multiplex met antislipverf; teak werd te duur. De winterperiode is benut om de boel binnen af te timmeren en de kombuis en natte cel af te werken. Ook moesten de stuurhutramen opnieuw worden gekit. Dit seizoen is de MiO helemaal vaarklaar. Zodra de omstandigheden het toelaten, zullen Karen en Hans volop gaan genieten van hun levenswerk. Hoewel, ze krijgen ongetwijfeld dikwijls de vraag: “Wat ís dit voor een schip?” In volle glorie prikkelt de MiO namelijk de nieuwsgierigheid van elke watersportliefhebber..
* Dit artikel werd oorspronkelijk in 2020 geplaatst. Helaas is Hans inmiddels overleden. In overleg met zijn nabestaanden hebben we ervoor gekozen om dit artikel opnieuw te publiceren als eerbetoon aan zijn passie en inzet. We hopen dat zijn verhaal blijft inspireren en herinneringen levendig houdt.