Het is midden in de zomer en vandaag passeren we de Volkeraksluizen. De bediening is vanwege werkzaamheden minder frequent en dat zie je meteen als we aan komen varen: we zijn niet de eersten. Nergens is plek aan de wachtsteigers, achteraan aansluiten is geen optie meer. Het voelt als een overvolle winkel zonder nummertje: je wordt lichtelijk nerveus, want je wilt niet voordringen, maar ook niet voorgedrongen worden. Keuze één: blijven dobberen. Keuze twee: naast iemand aanleggen. Omdat het al behoorlijk vol ligt met dubbelliggers, mikken we op de eerste vrije plek aan bakboord. Ik sta voorop met een vriendelijk lijntje en vraag of we tijdelijk buren mogen worden. “Nou nee, wij zijn van plastic”, zegt de vrouw van het schip dat we hadden uitgekozen bits. De boot ervoor heeft ons gesprek gehoord en als ik het daar probeer, krijg ik weer een snedige opmerking: “Wij zijn óók van plastic.” Ik voel meteen dat het daar niet echt om gaat, want zodra de lampen straks op groen springen, ben ik een obstakel op weg naar het doel. We varen dus weer naar voren om te kijken waar wél plek is, terwijl ik geërgerde blikken in mijn rug voel prikken. Dan spot ik een Aquanaut. “Meid, kom maar hier hoor”, zegt de vrouw. Ik leg de boot vast en we maken gezellig een praatje. Het onderwerp voor het gesprek is snel gevonden: zij liggen er al een uur.
De eerste boten komen de sluis uit. Wachtende boten maken de lijnen los, klaar voor actie. Dan begint het echte spektakel. Ik vertel onze buurboot dat als wij losmaken, wij ze laten voorgaan, als dank. De lampen springen op groen en… totale anarch..