Al meer dan 25 jaar varen we met onze Eista Doerak rond in Nederland en ongewild verzamel je een hoop belevenissen die als herinnering langzaam een ervaring worden waarvan je je realiseert dat het een waarschuwing kan zijn…
De zomer van 2026 zal voorlopig wel de boeken in gaan als één van de droogste en warmste ooit. Nog niet eerder was er zo weinig neerslag gevallen als in dit jaar volgens de kenners. En in combinatie met een hitterecord hebben ‘wij’, als watersporters, toch ook wel last van deze klimaatverandering. En het laatste waar je dan aan denkt is ‘wateroverlast’. En toch…
Nu wil het zo zijn dat we in ‘onze’ thuishaven een passant hebben gekregen. Het is bij ons in de haven zeker niet gebruikelijk dat we passanten krijgen, laat staan voor een langere periode. De beste mensen hebben net een mooie boot gekocht maar kunnen, door de lage waterstand, niet naar hun thuishaven varen, waardoor zij gedwongen zijn om de boot een paar maanden in Friesland te laten liggen (het zou me overigens niet verbazen als ze hier nooit meer weggaan).
Er is dan ook in onze haven sprake van een gezellige, ik mag wel zeggen ‘eclectische’ samenstelling van mensen. Naast Nederlanders uit bijna alle provincies hebben we ook Duitse, Engelse en Zwitserse ligplaatshouders, wat ervoor zorgt dat het gebrek aan taalonderwijs mijnerzijds ruimschoots wordt goedgemaakt, maar goed, ik dwaal af.
Nu wil het zo zijn dat mijn Zwitserse overbuurman ineens ‘gehaast’ naast mijn boot staat met de vraag of ik een lens- of bilgepomp aan boord heb. Jazeker, roep ik enthousiast! Meteen gevolgd door de vraag: maar waarvoor dan?
De ‘buurman’ legt uit dat er bij de passant aan boord een leiding van de boiler was gesprongen en dat de inhoud van de drinkwatertank nu in het motorruim lag… Gelukkig is het water schoon, maar leuk is anders. Immers, de beste man was met een dweil bezig het ruim droog te maken en zat al aan emmer nummer acht, en het einde was nog lang niet in zicht. Een lenspomp, ja die heb ik zeker, maar waar heb ik deze opgeborgen?
Mijn zoektocht was begonnen. Niet onder de bedden in de achterkajuit, en ook niet in het motorruim. Waar heb ik dat ding nu toch gelaten? Naarmate de zoektocht meer tijd in beslag nam, realiseerde ik me steeds meer dat dit best wel een ‘dingetje’ aan het worden was…
Stel dat ik zelf een lek heb en even snel ‘overtollig’ water overboord moet zetten om erger te voorkomen, dan is een half uur zoeken geen beste start, en belooft dat minstens een paar natte voeten op te leveren.
“Rotboot,” mompel ik bij mezelf. Waarom heeft de bedenker ervan er toch zo’n praktische, ruime boot van gemaakt? Bij 30 graden Celsius ondersteboven in een bank naar een lenspomp zoeken is niet echt een goed idee.
Uiteindelijk vond ik de lenspomp bij de boegschroef in het vooronder, gelukkig maar! Nadat ik de pomp naar de onfortuinlijke buurman had gebracht, liep ik diep in gedachten terug naar mijn bootje, denkend dat ik de pomp toch maar wat ‘beter’ toegankelijk moest gaan opbergen. Je weet immers maar nooit! En meteen een klus voor de winter erbij: een automatische bilgepomp maken want, zoals blijkt, een ongeluk zit immers in een klein hoekje.
Jeroen Keijsper