HOUT EN NIEUW TREKSCHUIT ‘DEN EERSTE SNIK’

BOUWEN ZOALS IN DE 18E EEUW

In Maassluis bouwen vrijwilligers en een scheepsbouwer een authentieke eikenhouten Snikschuit naar een model uit 1720. Dit scheepstype werd gebruikt als trekschuit voor het vervoer van reizigers en vracht. In de 18e eeuw waren deze schuiten zelfs het belangrijkste vervoersmiddel en de trekvaarten waren de snelwegen. En van die trekvaarten maken wij nu nog steeds gebruik.

Door Hans Martens. Foto’s: Ellen Martens.

We zijn met onze boot in Maassluis. Mijn vrouw Ellen is de stad in terwijl ik op mijn vouwfietsje de omgeving achter de jachthaven verken. Niet zo interessant, het centrum is leuker. Tot ik een bord ‘Historische Scheepswerf ‘Zorg en Vlijt’’ op een soort showroom zie. Bij een historische scheepswerf denk ik aan een helling voor een groen ge-schilderde schuur met puntdak, een oude kraan en een paar historische schepen. In deze showroom van een voormalige opelgarage ruikt het naar vers gezaagd eikenhout. Mannen werken er aan een houten boot van ongeveer 12 meter lang en 3 meter breed. Ze bouwen een Snik. Een trekschuit zoals die begin 18e eeuw in Maasluis werd gebouwd. Deze schuit gaat volgend jaar met een trekpaard weer varen op oude trekvaarten die de Provincie Zuid-Holland conserveert. Geen vaste dienstregeling, maar als toeristische attractie.

Duidelijk is te zien hoe de gangen vastzitten op de spanten met houten pinnen.

Een nieuwe historische werf

De locatie en het gebouw van de Historische Scheepswerf ‘Zorg en Vlijt’ geven er blijk van dat de werf zelf niet heel oud is. Toch kan de werf bogen op een rijke geschiedenis. De werf is vernoemd naar de Maassluisse werf waar in het begin van 18e eeuw Snikschuiten werden gebouwd. Bovendien ligt hij op een steenworp afstand van de plek waar deze trekschuiten ooit van stapel liepen. Het initiatief voor deze nieuwe werf werd genomen door de gelijknamige Stichting Historische Scheepswerf ‘Zorg en Vlijt’ en werd gerealiseerd dankzij sponsorgelden.

DE WERF KAN BOGEN OP EEN RIJKE GESCHIEDENIS

Maar met een werf heb je nog geen schuit. Om deze te kunnen bouwen heb je informatie nodig over hoe deze schepen tot stand kwamen. Geen sinecure aangezien de scheepsbouwers begin 18e eeuw werkten met schaalmodellen en op basis van hun eigen ervaring. Tekeningen waren er niet of nauwelijks.

Transcriptie uit het opdrachtenboek van Leendert Hoogendam stammende uit 1720, met de maten voor de bouw van een Snikschuit.

Hans Ploeg, één van de oprichters van de Stichting, beschikte over een schaalmodel van zo’n trekschuit. Een waarheidsgetrouw model van een Snik, gebouwd door zijn vader op basis van tekeningen uit 1740 afkomstig uit het Maritiem Museum van Rotterdam. Deze heel vroege tekeningen uit het museum zijn aangevuld met aantekeningen over de bouwwijze van ene Leendert Hoogendam, die in het begin van de 18e eeuw negentien Snikschuiten in Maassluis heeft gebouwd. Zijn boek met opdrachten is er nog.
Op basis van dit historische materiaal en met hulp van digitale tekenprogramma’s liet de stichting een lijnenplan en uitslagen voor de kielbalk, spanten en huiddelen maken. Hiermee werd Peter Schouten uit Kortenhoef benaderd. Schouten is eigenaar van een werf waar houten schepen worden gebouwd en gerestaureerd. Hij werd bereid gevonden om de bouw van de klassieke trekschuit met de hulp van vrijwilligers uit te gaan voeren.

Model 1:10 in aanbouw van Kees Tempelaar.

Snelwegen van de 17e eeuw

Van de trekvaarten die zijn gegraven in de 17e eeuw maken we met zijn allen nog steeds gebruik. Je kunt ze herkennen aan de jaagpaden langs de vaart. Waar tegenwoordig fietspaden liggen, trokken toen paarden, of mannen en vrouwen de trekschuit. Ook zie je hier en daar op gevelstenen in oude huizen aan de oevers nog afbeeldingen van trekschuiten. Die trekschuiten werden na ongeveer 1635 tot rond 1850 het belangrijkste vervoersmiddel voor personen. De eerste trekvaart daarvoor werd in 1632 gegraven tussen Haarlem en Amsterdam.

Idyllische afbeelding van een trekschuit.

En in de loop van de 17e eeuw werden steeds meer afzonderlijke trekvaarten in Zuid- en Noord-Holland, Friesland, Groningen, Overijssel en Utrecht gegraven en aan elkaar gekoppeld. Zo ontstonden twee grote trekvaartnetwerken, in het zuiden en in het noorden. Rond 1700 was de totale lengte ongeveer 450 kilometer. Het vervoer was goed geregeld, de trekvaartdiensten kenden een dienstregeling met vaste vertrek- en aankomsttijden. Tussen grote steden waren zelfs uurdiensten. Op te laat vertrekken en te laat komen stond een boete. Niets nieuws onder de zon dus. De maximale snelheid bedroeg zeven kilometer per uur, maar het gemiddelde kwam vaak niet boven de vier kilometer uit. Op de belangrijkste verbindingen zoals tussen Leiden en Delft, Leiden en Haarlem en Haarlem en Amsterdam werden per jaar vele tienduizenden mensen vervoerd. De passagiers zaten droog, maar niet altijd comfortabel. Op drukke lijnen zaten zij als haringen in een ton. Tenminste, in de tweede klas. Voor een paar duiten extra had je in de eerste klas meer ruimte en keek je naar mooier afgewerkt interieur.

SNIKSCHUIT VERVOERDE MILJOENEN MENSEN

De eerste trekschuiten hadden geen kajuit, -maar zaten de passagiers onder een zeildoekse tent. Latere schuiten hadden een echte kajuit met raampjes. Er waren afspraken over wel of niet roken en later in de 17e  eeuw kon je een speciaal trekschuitkrantje kopen met de  laatste roddels. Vervoer in de trekschuit was daardoor veel populairder dan over de weg in een koets, die hobbelde  over slechte wegen en veel duurder was.

Bouwen zoals toen

Als ik rond de romp loop, zie ik geen schroef- of spijkerkoppen maar de glad geschaafde koppen van houten pennen. Niet alleen het model moest zo authentiek mogelijk zijn, maar ook de bouwwijze in Deens eikenhout. Heel in het kort gaat dat als volgt: op de kielbalk worden hulpspanten bevestigd, zodat een driedimensionaal model ontstaat, daarop worden de huidgangen bevestigd. Alleen zijn de eikenhouten planken voor de gangen van vier centimeter dik recht en ze moeten een ronding krijgen én in de voor- en achtersteven ook nog torderen.

Peter Schouten (met baard) controleert de ronding van een huidgang. (Foto: Peter Farla)

Om van een plank een gang te vormen, wordt met een stuk rond staal de vorm van de ronding nagemaakt. De plank gaat op een bok en door hem vanonder te verhitten met een grote gasvlam en van boven nat te maken, buigt de plank, geholpen door het gewicht van kettingen, in de juiste ronding. Dan begint het sjouwen. Eerst de zware plank op zijn plek op de romp drukken. Past hij nog niet helemaal, dan weer bijbuigen boven de vlam en met water, weer passen, net zo lang tot de gang als gegoten zit. Daarna vastzetten met lijmklemmen waarna de gang na 24 uur zijn vorm behoudt.
Na het plaatsen van de gangen worden de hulpspanten vervangen door de eiken spanten en oplangers, onderdeel van de spanten. Daarmee krijgt de romp zijn sterkte en stijfheid. De spanten worden gezaagd uit krommers, dikke kromgegroeide eiken takken. Honderden eikenhouten pennen verbinden de gangen op de spanten. De dikte van de spanten is 100 mm en er zijn er vijftig verwerkt. De bouwwijze is authentiek, maar de gebruikte gereedschappen niet. In de werkplaats staat een lintzaag, schaaf-bank en er ligt elektrisch handgereedschap op de werkbanken. Gelukkig voor de bouwers.
De bouw van ‘Den Eerste Snik’ begon op 15 mei 2019 en de tewaterlating is gepland op zaterdag 10 april 2021. De Snik komt te liggen achter de gerestaureerde Monsterse Sluis in Maassluis. Dit is de plek waar vroeger deze schepen vandaan vertrokken richting Delft. Het is niet onwaarschijnlijk dat ‘Den Eerste Snik’ navolging krijgt. Er zijn plannen voor een nieuw project bij de historische werf.

Vrijwilligers Jan Grevenhof en Sjaak Poot overleggen over de banken in de eerste klas.
ZELF KIJKEN
De voormalige showroom is door de vrijwilligers omgebouwd tot een scheepswerf. Ook bouwt een modelbouwer een Snik na op een schaal van 1:10. Verder is er een tentoonstellingsruimte ingericht waar je meer kunt lezen over de historie van de trekvaarten en de boten die erop voeren. Je kunt de Snik en de tentoonstelling bezoeken op woensdag, donderdag en vrijdag van 10.00 tot 16.00 uur. Adres P.J. Troelstraweg 2 in Maassluis. Maar kijk van tevoren even op de website of die tijden nog kloppen in verband met corona: www.historischewerf.nl.

Motorboot februari 2020

Motorboot februari 2020