0 reacties

Naar Zweden (2008) # 1

Reisverslag 2008
NAAR ZWEDEN



Week 1 : Wo. 9 t/m Zo. 13 april.
Uitgezwaaid door 2 ‘Piet’en varen we af onder een wolkenloze, blauwe hemel. Niet op 1 april, zoals gemeld aan familie, vrienden en bekenden, maar wat later hoewel velen ‘het wel docht hadden’ dat het een 1 aprilgrap was. Dat was het niet, maar we waren gewoon nog niet klaar en daarbij waren ook de weerberichten slecht, hoewel dat uiteindelijk erg meeviel.

We varen weliswaar niet de Atlantische Oceaan over, maar ook de Oostzee is een flinke plas water. De route is zodanig dat we altijd dicht onder de kust blijven en als het weerbericht niet goed is kunnen we rustig wachten op beter weer, maar er kan b.v. brand uitbreken en als je voetzolen te heet worden is het toch prettig als er reddingsmiddelen aan boord zijn om het schip te kunnen verlaten zonder direct in het (koude) water te moeten springen. Ik twijfelde dan ook tussen het aanschaffen van een reddingsvlot of een rubberboot. De voorzienigheid hielp echter een handje, want m’n zeilende buurman in de Schlagerhaven verkocht zijn schip en zijn rubberboot met buitenboord motor kon ik overnemen. De rubberboot hangt in de davits, maar hiervoor moest eerst een juk van r.v.s. gemaakt en gelast worden. De lasser had het echter te druk zodat nog op het laatste moment een andere lasser gezocht moest worden. Maar het kwam goed en het bootje hangt keurig achter de ‘Roos’.

De witte, maar vuile, spatzeiltjes rond de reling op het achterdek vond Kitty geen gezicht en daar moesten dus nieuwe voor komen van het zelfde materiaal en kleur als de cabrioletkap. Ik vond dat niet zo nodig, immers functioneel, maar moet achteraf erkennen dat het er mooier op is geworden. Maar ook zeilmakers hebben het druk en nam meer tijd in beslag als verwacht.

Maar 9 april was het dan eindelijk zover.
Het plan was over het IJsselmeer van Medemblik naar Stavoren te varen, maar het werd de eerste dag koeteldekoet naar het starteiland in de Alkmaardermeer. Hemelsmooi weer en ’s middags, uit de wind maar in de zon, op het bankje voor de starttoren gezeten, zo warm was het. De volgende dag (’s morgens lag het ijs op dek !), over de Zaan-Amsterdam-Markerwaard naar Almere-haven waar we mijn hoogzwangere nicht Maranna even gedag wilden zeggen, hetgeen zeer op prijs werd gesteld. De havenmeester was nog niet in functie : geen stroom en dus ook geen liggeld.
Dag 3 was koud, maar gelukkig liet de zon zich ook af en toe zien. De randmeren zijn best wel leuk om te varen en na de sluis bij Nijkerk stoomden we met 4 zeilboten en een huurboot van de ”Connaisseur” in konvooi naar Harderwijk. Het aquaduct daar is een hele verbetering, zowel voor het wegtransport, maar ook voor de watersport. Geen lange wachttijden meer bij de sluis. Elburg is ook altijd weer leuk om binnen te varen. Prachtige schepen bij ‘Elburg Yachtbrooker’ te koop. We vonden een leuk plekje voor het gebouwtje van de voormalige visafslag en pal voor de oude traanketel waar vroeger de netten van de Elburger-botters zaterdags, na een week vissen, werden getaand tegen rot en schimmel.
Met walstroom kon de kachel op ‘hoog’ en met alle lampen aan was het weer knus in ‘t bootje. De volgende dag hier blijven liggen. Vlak bij de haven is een watersportwinkel/touwslagerij van de fa. Deetman en daar werd vakkundig enig staaldraadwerk gemaakt voor de rubberboot die de kans op jatten moet verkleinen. Benieuwd of het helpt. Kitty wilde ook een nieuwe, lange pikhaak voor haar ‘werk aan dek’.
Zondag via het Ketelmeer, Ramspol, Zwarte water naar Vollenhove en Blokzeil, waar we niet wilden blijven liggen en doorgevaren zijn naar een plaatsje met de illustere naam ‘Muggenbeet’. Je hoeft niet te vragen waar deze naam op duidt, maar gelukkig nog niet om deze tijd van het jaar. Afgemeerd aan een eilandje in de ‘middle of nowhere’, midden in de ‘Weerribben’ met geen ander publiek dan honderden vogels. We proberen onmiddellijk de roep van de verschillende soorten te onderscheiden, maar verder als een derailleur van een fiets komen we niet. Blijkt dit een ‘Sprinkhaanzanger’ te zijn. We zijn allebei snot verkouden, wat wil je ook met deze temperatuur. Kitty’s vriendin had gezegd dat ze zich had gewapend tegen de kou……dus heeft m’n maatje, ik durf het nauwelijks neer te schrijven, ook een elektrische deken gekocht met ook op mijn helft van het bed een klein stukje…alléén voor m’n koude voeten.

Week 2: Ma. 14 t/m Zo. 20 april.
Van Muggenbeet via de Kalenbergergracht, Ossenzeil, Tjeukermeer naar Sneek. De Kalenbergergracht is de ‘kalverstraat’ voor de watersport. ’s Zomers één file van boten en bootjes, maar toch ook wel erg leuk met op beide oevers prachtig verbouwde huisjes of boerderijtjes. Het enigste bruggetje in deze gracht doet goede zaken met een bruggeld van € 2,- . Zeg 100 boten/dag gedurende een week of 8 in ’t hoogseizoen, maakt toch…….nou reken maar uit. Het is ook vandaag erg koud zodat we beiden onze ‘wintersportonderkleding’, in gewoon Nederlands een lange onderbroek en borstrok, hebben aangetrokken. Ouwe botten weet je !
In Sneek staat een prachtig nieuw toiletgebouwtje en als ik de deur open doe, zijn 2 jongetjes met handen vol klei het interieur aan ’t vers(t)ieren. Dat kan ik niet over m’n kant laten gaan natuurlijk en ‘bromsnor’ sommeert ze rotzooi op te ruimen. Een autochtoon met een hondje wijst me op het dak van het gebouwtje dat volgens hem een ‘ton’ heeft gekost. Het dak is gemaakt van koper en één segment is er al af gestolen. Jammer dat alles zo naar de gossiemijne gaat.

In Sneek regent het als we wegvaren en nemen eerst drinkwater in. De tanks vol gemaakt en daarmee is hopelijk ook de chloorsmaak een stuk minder. ‘s Winters gooi ik altijd een liter chloor in de tanks tegen de ‘beessies’. In watersport magazines zijn talrijke artikelen gewijd aan ‘schoon drinkwater’. Koolfilters, zilvernitraat, zilveranodes in de tanks, cementeren, anti-alg, anti-legionella en wat niet al worden opgevoerd om de angst te blijven voeden. Ik wil het probleem echt niet bagatelliseren, maar we hebben toch al vele jaren op de meest rare plekken water ingenomen en behalve de liter chloor ’s winters, nooit verdere maatregelen genomen. Dommigheid of geluk, wie zal het zeggen.

We varen via het Prinses Margrietkanaal door Friesland. We zien veel baggerwerken, verbreding van het kanaal, maar nog weinig pleziervaarders, behalve een klein zeilbootje uit….Zweden en dat geeft ons moed. Als die in Friesland kan komen, dan moeten wij Zweden kunnen halen. We komen langs de Jachtwerf Brandsma, waar we in 1999 (?) een prachtige eikenhouten logger hebben bewonderd en langs Stroobos, waar we de mast van de ‘Victoire’ hebben opgezet met hulp van een paar Stroobossenaren. Herinneringen.
Bij de sluis van Gaarkeuken vinden we het welletjes en vragen toestemming om de nacht achter de sluis te mogen liggen. Geen probleem, zegt de sluismeester.

Het dieselolieverbruik heb ik berekend op 6,0 l/uur en da’s voor ons doen hoog. De dieselkachel staat echter bijna de hele dag bij en dat merk je uiteraard in ’t verbruik. De kachel en de motor zuigen uit dezelfde tank.
Rinus en Arie liggen bijna de hele dag voor het uitblaasrooster met warme lucht, die zorgen wel dat ze warm blijven!

Van Gaarkeuken komen we in Groningen en vinden een plekje in de Oosterhaven.
We blijven hier een paar dagen liggen. In de watersportwinkel informeer ik naar de ‘Triom’, naar Roy en Anneke, waar we in 2001 mee zouden opvaren naar Zuid-Frankrijk, maar dus niet doorging.
Het gaat niet goed met ze. Roy heeft hartinfarct na hartinfarct en ze hebben/zoeken een huis aan de wal. Hoewel geen leuke herinneringen, toch sneu voor ze.

Donderdag hebben we ‘open dag’. Coby en Henk komen ’s morgens op bezoek en Koert en Lieneke ’s middags en eten we ’s avonds met z’n vieren in het Pannenkoekenschip, 100 meter van de ligplaats. Koken doe ik niet, maar pannenkoeken bakken vind ik wel leuk om te doen thuis. Van deze kok kan ik echter nog heel wat leren, beleefd aanbevelend.
Als ik ’s morgens uit bed stap draait de hele boot om me heen. Nee, niet dronken geweest de vorige avond, maar vermoedelijk iets met de evenwichtsorganen tgv de verkoudheid. Kitty heeft pas geleden ook zoiets gehad.
We kopen 3 nieuwe stootwillen en kan Kitty ervan weerhouden worden er nòg meer te kopen. Die hangt het liefst de hele boot ermee vol, maar we zijn niet in Frankrijk. Ook koop ik nog het boek ‘Theoretische Kustnavigatie’ om me verder te verdiepen in deze edele kunst. Dan is het zakgeld voor deze week weer op en varen we naar Appingedam. Na veel telefoneren komt er eindelijk een bruggewipper; “het is nog geen seizoen” zegt de goede man, maar draait dan toch de brug voor ons open. We hebben hier eerder leuk gelegen, maar is nu een afknapper. De haven is leeg, niet meer in gebruik en gedeeltelijk gedempt om de bouw van een zorgcentrum / woonhuizen te realiseren, “maar aan de kade kunt U gratis liggen, niet bij de kerk, want daar hangen ’s avonds veel jongeren, zo genaamde ‘hangjongeren’, weet U wel?” We maken een afspraak voor vertrek op maandagmorgen 10 uur.
Als we de boot proberen te verhalen om beter zicht op Astra te hebben voor de TV , weigert de startmotor %%%^%$^$#$&^%, de oude kwaal. Het is alweer 2 jaar goed gegaan, maar nu zijn we weer aan de beurt.
“Morgen” probeert Kitty, maar ‘stel niet uit tot morgen wat ge heden ….etc’, dus oude broek aan, stoelen aan de kant, tafel weg, vloerbedekking opnemen, gereedschap voor gaats halen en sleutelen. Vòòrdat de motor een uurtje later gestart wordt, doe ik een schietgebedje. Ja, nood leert bidden en brmmmm, hij doet het weer. De motor loopt als een zonnetje, maar heeft (wèèr, net als in Frankrijk vorig jaar) een verhoogd smeerolieverbruik dat me zorgen baart. Erover blijven piekeren lost het probleem niet op, dus de volgende morgen zelfde ritueel…….oude broek aan, tafel weg halen etc. etc. Ik controleer de klepspeling, geen afwijkingen. Ook de verstuivers lekken niet, kan niets vinden. Onbevredigend.
Kitty gaat ondertussen boodschappen doen en komt met een pak tijdschriften, kranten en Tom Pouces terug voor morgen, zondag.
Het is vandaag heerlijk weer met veel zon, wel harde wind, maar een verademing dat de kachel niet de hele dag meer bij hoeft te staan. Wat hebben we een kou geleden de afgelopen 2 weken. Als de avond valt wordt de generator gestart om de accu’s bij te laden. Bij het stoppen ervan ‘knippert’ de verlichting even en stopt òòk de kachel ermee, 2 x herstarten heeft geen succes. #$%$%^&^&**(*()_))(&^%%$#$#@&$**^%(&^)(*&_)(*&_)(*&, ook dàt nog.
Dit is om moedeloos van te worden, zoveel pech tegelijk. “Ik verkoop die …boot” , jammer alleen dat er in Appingedam wèl mensen zijn die hun hondje uitlaten, maar gèèn botenkopers, anders was de ‘Roos’ voor de hoogste bieder geweest.
Kitty schenkt een 3-dubbele borrel in, maar desondanks kruip ik teleurgesteld in m’n koude nest.

Een nachtje slapen helpt gelukkig en we blijven tot 10 uur lekker warm in bed liggen. Kitty, m’n dappere en ‘nooit de moed laten zakken’ maatje, krijgt koffie met ontbijtkoek op bed. Buiten wijst de thermometer 10 graden Celsius aan en da’s 10 graden lager dan in ons flatje met vloerverwarming………! We hebben echter nog een elektrischkacheltje dat wordt aangesloten op de generator. Stand 1, 1000 watt, gaat goed en ik schakel door naar stand 2, 2000 Watt. Ook dat gaat (even) goed, maar dan ‘pats’, doorgebrand, einde kacheltje.

Toeval of niet, op de radio is de VPRO met het zondagmorgenprogramma: ‘het spoor terug’, dat vertelt over een Nederlander in dienst van de ‘Nespico’ , de ‘Nederlandse Spitsbergen Compagnie’, die er met zijn sledehonden op uit gaat om de vermiste Italiaanse generaal Nobile te zoeken, die met zijn luchtschip op de Noordpool was vermist. De enorme koude en gevaren die deze man trotseert ‘verwarmt’ ons, het zonnetje begint te schijnen en binnen no time is het in de kajuit heerlijk warm.
Morgen varen we naar Delfzijl en zien dan wel verder, never give up, baby !


Week 3: Ma. 21 t/m Zo. 27 April
Hoera…..de kachel doet het weer !
Het leek geen goed plan zonder kachel verder te varen, dus zijn we gisteren, maandag, teruggevaren naar Groningen waar Lasaulec, de dealer van o.a. de Eberspächer-kachel gevestigd is. De monteur heeft met een diagnoseapparaat het programma ‘gereset’ en daarna blies ie weer, als van ouds, loeiend en gloeiend de warme lucht in ons boetje. ‘Da’s service van de zaak’ zei de monteur, maar was toch blij met z’n 10 Euro fooi. Warmte was ons een veelvoud waard geweest.

Op ons (terug)tochtje gisteren van Appingedam naar Groningen, heb ik de motor flink ‘de sporen’ gegeven indachtig het feit: als er al iets fout zit, dan moet dat er NU maar uitkomen. Draaien we normaal 1700 toeren/min., nu werd de motor opgejaagd naar 2000 en daarna 2200 rpm. De Ford gooide al z’n 120 PK’s op de schroef en de “Roos” vaart dan met een grote snor voor de boeg 14,5 km/uur, z’n max. rompsnelheid. We hebben zo 2 uur lang op volle kracht gevaren, maar de motor gaf geen krimp. Ook het oliepeil was daarna nog op niveau. Kitty vroeg met haar onschuldigste gezicht: “heb je wel goed op de peilstok gekeken?”
Het is heerlijk zonnig weer, met een harde NO-wind maar we liggen prima in de jachthaven van de Groninger Motorboot Club, vlakbij de Praxis , waar we een nieuwe, oliegevulde elektrische radiatorkachel hebben gekocht (voor het geval dàt….) en Kitty een mininaaimachinetje heeft aangeschaft, altijd makkelijk voor reparaties aan de cabriolet, spatzeiltjes, steunzeil of zonnetent. Ha, ha, die Kitty toch.
Vandaag, woensdag varen we met prachtig weer naar Delfzeil, schutten van zoet- naar zoutwater en bunkeren in de jachthaven ‘Nautilus’ :
217 liter à € 238,90 = €1,31 /liter ! Gem. verbruik 5,7 l/hr., incl. verwarming.
Vanmorgen was het mistig en konden we de overkant van de haven niet zien. Niet varen dus, de Dollart is een te groot water om zonder veel zicht te bevaren. Maar zie, het klaart op en een uur na L(aag) W(ater) varen we af. Met 19 km/uur spoelen we Duitsland binnen, de Ems op. Het modderige, bruine water kolkt om de boeien. Grote zeeschepen liggen bij Emden voor anker en we zien honderden auto’s, verpakt in witte plastic folie, op een roll- on/roll-off gereden worden om verscheept te worden naar….., ja, waarnaar toe? De ‘Seeschleuse’ in Leer schut ons om 14.00 uur (nu gratis, op andere tijden € 3,00) naar binnen en we worden uiterst vriendelijk ontvangen door de havenmeester, Herr Akkermann. We blijven 2 dagen hier in dit leuke plaatsje. Loes mailt dat ze geslaagd is voor haar praktijk examen en dat verheugd ons zeer. Goed gedaan, lutje wichie!

Leer blijkt een heel leuke plaats (ca. 36.000 inw.) te zijn met een zorgvuldig bewaarde en gerestaureerde Altstadt. Zoals de touristinfo schrijft, hebben steden in Duitsland meer geleden van de zucht naar vernieuwing dan door de oorlog, waardoor veel ouds verloren is gegaan en vervangen door beton. Het is prachtig weer, volop zon, en op onze wandeling zien we overal mooi vormgegeven informatiebordjes , waarop een oude foto en informatie over de stad in Hoogduits en Platduits, dat veel lijkt op Gronings, zoals dit:

Unnerwegens dör de Tied……
LEER vör hunnert Jahr !

Uns haven war ins en Kringel van de Lada. Man 1903- de slüs was klar- harr dat en Enn mit Hoch- und Leerwater.Vördem musste dat all na Ebb un Flot gahn. Wenn leep Hochwasser was, stunnen de Ness un völl Straaten blank. De schepen mussden faker vör Anker gahn so as hier up d’Bild.

Een Duitse gasfles gekocht met gelukkig dezelfde aansluiting als de Shell-flessen. Hoewel gas bijna overal te verkrijgen is, zijn aansluitingen dikwijls per land verschillend. Maar we zijn voorlopig Duitsland nog niet uit, en in Denemarken zien we wel weer verder.
Zaterdagmiddag om 13.30 gooien we los en varen met nog 3 jachten naar de Seeschleuse van Leer, die precies om 14.00 uur open gaat voor sportboten. Het tij loopt dan al een paar uur, maar we kunnen er toch nog een paar uur van profiteren en varen met dik 16 km/uur de Ems op, of zoals de Duitsers zeggen: ‘zum berg’.
(de Ems áfvaren heet dan het tegenovergestelde, dus……….‘zum Tal’. Goedzo !)
De 2 sluizen die we moeten passeren, houden veel op en zo komen we pas om half 8 in de marina van Walchum. Ik laat de honden uit en Kitty begint met de pannenkoeken, dan de afwas en dit stukje typen. ‘Alles klar’ voor vandaag.
Het is hemelsmooi weer als we wegvaren (in de haast vergeet ik de sleutel van de poort naar de steiger, maar kan ‘m nog net aan m’n buurman overhandigen) en gaan we het Küstenkanaal in op weg naar Oldenburg. Het kanaal is een kanaal is een kanaal, dwz recht en langdradig. We komen de ‘Labe 10’ en ‘Labe 4’ tegen, Tsjechen in oude, roestige schepen. De zon brandt op de rug, de motor draait economische speed en het schroefwater borrelt achter de boot. Als vanzelf vallen dan de oogjes toe en moet Kitty het een uurtje overnemen. Voor de sluis van Oldenburg, die op Zondag maar tot 12.00 uur open is, meren we af aan een boot van de WSA en kunnen de honden eindelijk een ‘piepie machen’. 7 uur gevaren en 70 km opgeschoten. Er liggen ook een paar beroeps te wachten en voor ons ligt de ‘Zwaantje’ van 1800 Ton, uit Urk. De autokraan staat omhoog gedraaid dus de schipper is niet thuis. In de ‘Schuttevaer’ lezen we regelmatig dat er veel wordt ingebroken. We maken een flinke wandeling door Oldenburg, mooie gebouwen en een grote gevangenis.


Week 4, Ma. 28 april t/m Zo. 4 mei.
Om half 6 gaan de eerste schepen al varen en als we opstaan is de ‘Zwaantje’ al vertrokken. Kort nachtje geweest voor de schipper. Ook wij zijn al vroeg door de sluis, maar moeten dan bijna een uur wachten op de spoorbrug van Oldenburg.
De ‘Hünte’ is weer een getijrivier, hebben de stroom mee, maar om Bremerhaven te halen zou ik toch nog een uur of 2 tegen de stroom in moeten varen op de Weser en daar heb ik geen zin in. We meren af in Elsfleth, vlak vòòr de ‘Hünte’ in de Weser stroomt. De havenmeester is kort van stof: “Blijft U liggen vannacht?” “Ja?” “Dan krijg ik 15 Euro van U”. Korter kan haast niet. Kitty doet boodschappen en ik doe een tukkie. Dan een wandeling met de hondjes naar de ‘Elsflether Bootswerft’, waar we de ‘Georg Fock’, het opleidingsschip van de Duitse Marine, zagen liggen. Ik kan zonder probleem de werf oplopen en bewonder de mooie lijnen van de 3-master. Dat (ook) deze scheepswerf betere tijden heeft gekend, is goed zichtbaar: oud en vervallen.
Dan begint het te gieten van de regen en zetten we de kachel aan, drinken een sherry en eten heerlijk. Met doodtij zien we een paar roeisloepen met zo’n 8 man/vrouw aan de riemen door de stromende regen fanatiek oefenen. We applaudisseren voor ze, petje af. Ik experimenteer met de, in Schagen gekochte en naar een idee uit de ‘Waterkampioen’ magnetische, aquariumruiten-schoonmaker. Omdat de cabrioletkap geen ruitenwisser heeft ivm de plasticfolieramen, is dit mogelijk een oplossing om, bij regen, de ramen schoon te maken. Het bestaat uit twee delen : één helft aan de binnenkant en de andere helft aan de buitenkant van de ruit. De magneet houdt dan de beide delen, met de ruit ertussen, vast. Alleen met zòveel kracht, dat het ding niet meer te bewegen is. Maar de natuurkundelessen op school zijn niet helemaal gewist van m’n harde schijf en weet ik nog dat de magnetische kracht afneemt met het kwadraat van de afstand. Dus plak ik een stuk rubber op èèn van de helften en verdomd, het werkt. Als het regent kan ik van binnenuit de ruit schoonvegen volgens het Kiss-principe: Keep it simple, stupid !
Het is koud en nevelig als we uit Elsfleth wegvaren, de Weser op. Een prachtige brede rivier waarop en –aan veel te zien is. We hebben stroom mee en al snel komt Bremerhaven in zicht en even later uit zicht, want het begint te stromen van de regen. De magnetische ruitenwisser doet goede diensten, maar blijkt toch nog niet volmaakt en moet dus nog verder uitontwikkeld worden.
Dan zie ik de rode en groene ingang van de haven van Bremerhaven en we varen er binnen. Na de Kennedybrücke zijn aan stuurboord mooie steigers en we meren af in de nog steeds stromende regen. Kachel aan en een hete Cup a Soup!
De volgende morgen is het prachtig weer en maken we een wandeling naar de haven. Er wordt veel gebouwd en één gebouw trekt sterk de aandacht omdat het sterk lijkt op het inmiddels beroemde hotel in Doubai. Met het grote scheepvaartmuseum, de driemaster de “Süte Deern”, veel oude schepen, zal het hier nòg leuker worden dan het al is. Havens en schepen blijven interessant.
Tij bepaalt ons ritme deze dagen en om 13.00 uur varen we, nèt voor de beginnende vloed, de ‘Geeste’ op. De oevers zijn modderbanken en er blijft maar een smal vaargeultje over, maar het is diep genoeg en we komen zo ook makkelijk onder de bruggen door. Na de eerste sluis is geen getijdenbeweging meer merkbaar en we varen door een prachtig natuurgebied met ‘Wiesen’. Eenden, futen, buizerds, sperwers, kwikstaartjes, pleviertjes en dan…..zowaar een ijsvogeltje. Onze dag kan niet meer stuk. De tweede sluis komt in zicht en de scheepstoeter van de ‘Roos’ brult als een leeuw. Echter geen enkel teken van leven. Als we aangelegd hebben blijkt waarom…..een zelfbedieningssluis ! Eerst € 8,- betalen, dan op de knop drukken. Het lijkt Frankrijk wel. We varen met de cabriolet (en mast !) neer, want de bruggen zijn laag, gemiddeld zo’n 2.90 m., maar het is mooi weer gelukkig. De ‘proof of the pudding’ moet echter nog komen en we varen daarom Barkeseda voorbij, ook al ziet het er daar leuk en gezellig uit met mooie steigers. Kitty stuurt en ik sloop alles wat boven de reling uitsteekt: het kompas, de buitenboord motor, antennes, de radarreflector uit de mast en zelfs de bloemen op de tafel moeten op dek !
Het is al laat als we bij de spoorbrug voor Otterndorf, onze nachtmerrie, aan komen.
Hier zal blijken of we terug moeten of dat we er onder door kunnen. Heel voorzichtig centimeter voor centimeter kruipen we met 3 cm speling onder het ijzeren gevaarte door en op het laatste moment gooi ik ook de stuurstoel nog plat.
Dan zien we weer licht en zijn we er onderdoor. Net als de vorige keer, inmiddels al weer 5 jaar geleden, feliciteren we elkaar want het blijft kielekiele. Het wordt al schemerig als we afmeren voor de sluis Otterndorf. We zijn moe en koud en gaan op zoek naar een warme hap. In een kneipe eten we schol en heilbot mit salzkartoffelen en salatteller. Heerlijk, maar het ligt ’s nachts wel zwaar op de maag. Om half 6 de volgende ochtend roffelt de sluiswachter ons wakker en wil weten of willen schutten om het tij niet te missen. Erg aardig van hem, maar we blijven vandaag in het haventje van Otterndorf. ‘Um eins’ kunnen we dan weer schutten. We wachten heerlijk in ’t zonnetje en precies om één uur, ja pünktlich blijven ze, varen we sluis in. De erg aardige sluiswachter helpt ons na de sluis door het tunneltje onder de Elbe-dijk en dan liggen we 10 min. later in het knusse haventje en daar liggen we 2 dagen later nóg. Het is zo mooi hier aan de Elbe. De zeeschepen zien we voorbij varen, met hoog water tenminste, en kunnen hier prachtig wandelen in de uiterwaarden. 5 jaar geleden lagen we hier te wachten tot de storm voorbij was.
Vandaag kreeg ik ‘het’, dus niks wachten tot dat gevoel weer overgaat, maar oude broek aan en schuurpapier, tape, verf, plamuur etc. voor gaats gehaald. De BB–zijde van de ‘Roos’ is een beetje verwaarloosd want ligt in Schagen altijd met die zijde van de steiger af gekeerd, dus wordt er weinig onderhoud aan gepleegd.
Vroeger bij ons thuis was het al zo, maar het is nòg zo….. waar een de Roos ligt, is het altijd een rotzooi op de steiger. Maar het is heerlijk werken in het zonnetje en de oude havenmeester vindt het prachtig en komt regelmatig even een praatje maken. Met HW en LW is het een komen en gaan van boten, de meeste van en naar Hamburg. Kitty zit lekker uit de wind naast de boot te lezen, doet wat boodschappen of wandelt met de honden, heerlijk relaxed. Zò relaxed, dat we nog maar een paar dagen blijven liggen hier.
De Duitsers hier zijn aardig (kustbewoners bijna altijd), maken graag een praatje en geven tips wat en waar we beslist moeten gaan zien. Overigens is dieselolieprijs hèt onderwerp van gesprek. In Denemarken € 1,50 /l ! Het olieverbruik is overigens (weer) normaal. Zou ik dan toch verkeerd op de pijlstok hebben gekeken? Kan best, want alles ging toen in Appingedam verkeerd.

Als ik even vrijaf neem en met de honden ga wandelen langs de Elbe, zien we tientallen strandstoelen of eigenlijk zijn het strandstoelhuisjes, waar 2 ligstoelen in kunnen staan en uit de wind is dat heerlijk zitten.
’s Avonds worden de stoelhuisjes afgesloten met een deurtje en alles blijft er gewoon in staan. Erg leuk gezicht al die fel gekleurde stoelen in het groene gras.
Voor het eerst in lange tijd hoor ik ook weer een leeuwerik en ik zit in het gras met de honden naast me te luisteren naar dit gejubel. Genieten.
Dan roept het werk weer en worden de scepters, onderkant reling en patrijspoorten geschuurd, geplamuurd en in de grondverf gezet. Het ziet er weer gelikt uit. Jammer dat ik geen lakverf (Sikkens super gloss no. 235) heb meegenomen, maar de ervaring leerde dat van schilderen onderweg toch niets kwam. Zo zie je maar weer, zeg nooit nooit. Kitty heeft dan voor de schilder een heerlijk prakkie en een afschuwelijk lekker toetje (vla-aardbeien-slagroom) klaar.
Zondagmorgen kregen we bezoek van Koert en Lieneke die hun vakantie zijn begonnen en informeerden waar we lagen. Erg leuk om, zoals Lieneke opmerkte, in den vreemde bezoek te krijgen. “Een daalders mooi plekje”, vond ze en dat is het. Het is bijna volle maan en daarmee is het extra laag en hoog water. We liggen bij LW dan ook muurvast in de modder, de hele haven is een modderbank en we zien de sporen van de kielen van de (zeil-) boten in de modder gegutst. Zondagavond is iedereen weer huistoe en wordt het stil in ’t haventje. Ik loop nog eenmaal met de honden naar de Elbe en kijk naar de prachtig gekleurde avondhemel. We hebben 4 dagen genoten in dit haventje, waarvan een Duitser zei: ”Es gibt hier doch niks” . Ja, gerade daarum, maar dat snapte hij niet.
Morgen weer varen.

 

Week 5, Ma. 5 t/m Zo. 11 mei
Als er, na LW, weer een paar decimeter water onder de kiel staat, groeten we onze buurman die ook, maar pas in juni, naar het Götakanaal gaat en varen we door de priel de Elbe op, die ligt te schitteren in de zon. Een paar container-feeders komen ons achterop en halen ons in, maar daar hebben we, op wat deining na, geen last van. Het is maar 18 km van Otterndorf naar Brunsbüttel, de toegang tot het Nord-Ostsee Kanal (NOK) of Kielerkanaal, dus vaar ik economische snelheid want het tij helpt ook een handje. Toch veel te vlug liggen we voor de sluizen, kunnen gelijk met een paar andere jachten schutten en draaien het haventje in. We liggen eerste rang en kijken naar de schepen die de sluizen in- en uitvaren. Een grotere tegenstelling met het stille, natuurlijke haventje van Otterndorf is niet denkbaar. Zo’n 110 schepen per dag (en nacht- 24 uur) komen hier door dit kanaal, allemaal vol met containers en uit alle landen. We zien de meest vreemde vlaggen, havens en namen op de schepen: St.John’s, Limassol, Basse terre, Port Louis, Nassau, Ventspils, St.Petersburg, Pikis, Avatiu etc., die deze havens waarschijnlijk nog nooit gezien hebben, maar waar de reders ‘een postbox’ hebben. Maar òòk London, Harderwijk, Groningen, Hamburg en Delfzijl. Ik koop in het dorp een boekje waar de vlaggen van 192 nationaliteiten in staan en met de atlas op schoot proberen we de exotische plaatsnamen op te zoeken. Het is een fascinerend gezicht. Ook koop ik hier de zeekaarten van de Oostkust van Zweden (Delius Klasing, Ostküste Schweden 1, Satz 11 van Simrishamn bis Mem mit Gotland und Öland, € 99,90 ) t/m de ingang van het Götakanaal. Hebben is hebben en krijgen is de kunst.
Tegen de avond komen er nog wat jachten binnenlopen, o.a. de ‘Nelleke Hansens’ uit Grou, een prachtige 2 master met 2 zwarte katjes aan boord. De elektrische deken verwent ons met een heerlijk warm bedje, want ’s avonds koelt het nog flink af. Een prima investering geweest.
Na getankt te hebben (€ 1,45/liter !) varen we met 1400 rpm. het NOK op. Zoveel mogelijk econ.speed dus, want we schrikken ons rot van de dieselprijs. Weliswaar een kanaal, maar heel breed en heel afwisselend, we varen heerlijk in ’t zonnetje en zwaaien naar de zeelui op de passerende ‘grote jongens’.
Bij km.40 zwaaien we het Gieselaukanal in en vinden nèt voor de sluis naar de Eider een prachtige ligplaats, tenminste…..dat dàchten we. Overdag hebben we het niet zo in de gaten, maar ‘s nachts krijgt de ‘Roos’ iedere keer een opdonder van jewelste, als een passerend zeeschip het water wegtrekt uit het ondiepe kanaaltje. Onvoorstelbaar hoeveel kracht of water toch kan uitoefenen.
We slapen slecht.
Volgende dag begint weer met stralende zonneschijn en gaat gelijk de korte broek aan. Het NOK blijft boeiend, we hebben even marifooncontact met de ‘Straight On’ uit Lemmer, die als ex-zeilers nu voor de eerste keer met een (kleine) motorboot op stap zijn. Bij Rendsburg horen we ineens het ‘Wilhelmus’ en Kitty krijgt er kippenvel van. Voor ieder passerend schip uit het buitenland wordt de nationale hymne ten gehore gebracht en wordt met de vlag een groet gebracht. Ik groet terug door met onze vlag te neigen. Een erg leuk gebaar van Rendsburg.
Dan komen we in Holtenau, en kunnen gelijk de sluis in. De Duitser met z’n ‘Linssen’ die ons snoeihard voorbij ging, ligt er ook in evenals de Zweden met hun snelle catamaran. De eersten……..etc. Boven in het sluisgebouw betaal ik het ‘kanalgebür’ van € 35,- en draaien dan het haventje van Holtenau in, plaats genoeg zo vroeg in ’t seizoen en we verbazen ons weer over het kristalheldere, zoute water (met kleine kwalletjes erin).
Het wasje dat Kitty onderweg liet draaien, is dan ook bijna klaar.
We maken een wandeling, Arie en Rinus kunnen weer even rennen en poepen, en we komen langs ‘Tiessen’, een begrip voor Oostzeegangers, maar helaas….de goede man is dood en daarmee ook z’n nering. Tiessen leverde alles waar vraag naar was, een piano of olifant maakte hem niets uit, maar z’n winkeltje is nu een café.
Ik informeer bij de Hollandse charterschippers, die veel op de Oostzee varen naar hun ervaringen met het verkrijgen van propaangas. Moeilijke zaak volgens hen. Deense en Zweedse gasflessen hebben een andere aansluiting/reduceer dan de Hollandse flessen.
Alles wordt in gereedheid gebracht voor de ‘oversteek’ zoals Kitty het noemt. De Laptop komt op de binnen-stuurstand te staan en wordt aangesloten op de GPS.
De kaart van de Kielerbocht wordt geladen en wonder boven wonder…..we kunnen nu op het scherm precies zien waar de ‘Roos’ vaart. De techniek staat voor niets, maar ik blijf het een mirakel vinden.
Afgelopen winter heb ik een overzicht gemaakt van alle waypoints op de te varen route en voor de eerste dag worden deze ingebracht in de oude, maar nog prima werkende handheld GPS en tevens in de Philips MK9 ap navigator. Een secuur werkje, want een typefoutje kan ‘einde reis’ betekenen.
Een aardige Holtenauer rookt een sigaartje met Kitty terwijl de watertanks gevuld worden.
Dan gaan we de volgende morgen, alweer met schitterend weer, aan de oversteek naar Denemarken beginnen. Het is een beetje ‘diesig’ zoals het Duitse weerbericht zegt, maar de GPS’en wijzen ons feilloos de weg. We komen langs Laboe, het olympisch zeilcentrum en dan het grote niets, alleen zee. Een groot zeeschip dat vlakbij vaart, verdwijnt ineens in een mistbank en zet z’n misthoorn bij. Op onze route naar Blagenkopf blijft het gelukkig helder en we genieten van onze trip. Het is windkracht 1 Beaufort, een blakke zee en dus een kadootje voor Kitty die, hoewel ze niets laat merken, toch opziet tegen deze trip. Maar d’r polsbandjes tegen zeeziekte ( ANWB) werken, suggestie of niet, perfect en zo varen we ontspannen naar de overkant. Het is leuk dat alle apparatuur naar behoren werkt, al is het sturen zonder een referentiepunt, een molen, kerktoren, oever of zoiets, lastig. Zuiver op het kompas sturen eist gewenning.
Dan…..’Land in zicht’ en zien we het glooiende landschap met de gele koolzaadvelden van het Deense Langeland.
We meren af in de haven van Blagenkopf en geven elkaar een high-five, ‘das haben wir geschaft’. Het is Hemelvaartdag en steeds meer zeilboten komen tegen de avond het haventje binnenvallen.
De thesaurier generaal roept me even op het matje over de financiën. Kitty beheert thuis en ook hier op de boot de financiën en dat doet ze, zolang we getrouwd zijn, uitstekend. Maar het is niet de leukste job natuurlijk, temeer omdat ik me er nooit mee bemoei (waarom zou ik?) maar de dieselprijs liegt er niet om en ook de havengelden in Denemarken en Zweden zijn niet de goedkoopste, dus moeten we de kerk een beetje in het midden houden, dwz niet te veel uit eten gaan, geen ‘dure souvenirs’ kopen onderweg en als de dieselprijs nóg meer omhoog gaat, zal het ook een speklapje ipv biefstuk moeten worden. Ze kijkt me streng aan en ik vraag bedeesd aan deze autoriteit om een biertje.

Het is, als ik dit schrijf, half twaalf ’s avonds , maar de zeilers staan nog met hun biertje te ouweheren op de steiger.
Wij ouwetjes zetten de elektrische deken aan…….welterusten.

 

Zie ook deel 2 van dit reisverslag, elders op deze website.

566 566 566 566 566 566 566 566 566
  • Toevoegen aan Nu JIJ
  • Toevoegen aan MSN-nl
  • Toevoegen aan eKudos
  • Toevoegen aan Delicious
  • Toevoegen aan Digg
  • Toevoegen aan Technorati
  • Toevoegen aan Stumble Upon
  • Toevoegen aan Symbaloo Motorboot
  • Toevoegen aan Facebook
  • Toevoegen aan LinkedIn
  • Toevoegen aan Myspace
misbruik melden waarderen
REAGEER OP DIT BERICHT
naam:
e-mail:
YouTube URL:
reactie: