De Zeester is het redactieschip van Motorboot. Het is een voormalig visserijvaartuig. De originele naam van de motorkotter is MARIS STELLA, maar sinds een jaar of tien staat er Zeester op de boeg.
Het schip is in 1931 in opdracht van Alexander Franciscus (Sander) Minneboo uit Veere bij scheepswerf Geleyns in Roodevaart gebouwd en in dat jaar als VE 10 te water gelaten. De eerste teboekstelling – terug te vinden in het dek van de motorkamer – is: 148 V MIDD 1956. Minneboo viste tot aan de Tweede Wereldoorlog voornamelijk op vis en garnalen. De eerste tijd werd daarnaast ook op mosselzaad gevist. En af en toe werd er vanaf het schip met geweren op zeehonden gejaagd, voornamelijk voor de traan en de vachten. Na de oorlog – om het uit handen van de Duitsers te houden lag het schip van 1940 tot 1945 met een onklaar gemaakte motor in de Veerse haven – werd het vissen voortgezet door Sander Minneboos zoon Jan, die eind jaren vijftig eigenaar werd van het schip.
In 1974 werd de kotter door Jan Minneboo verkocht aan het Delta Instituut voor hydrobiologisch onderzoek in Yerseke, waar de kotter grondig verbouwd van visserijvaartuig naar onderzoekingsvaartuig. Het stuurhuis verhuisde van het achterschip naar het voorschip en daarachter werd het laboratorium ingericht (nu is daar de kombuis). Ook werd de oorspronkelijke stijlsteven vervangen door de huidige schuin oplopende boeg.
Tot 1984 stond het schip op naam van het Delta Instituut. De daaropvolgende eigenaars waren P. van Beelen uit Katwijk aan Zee en de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, tot het schip in 1998 werd gekocht door de familie Kamperman uit Amsterdam. Als woonschip lag de Zeester daarna een aantal jaren afgemeerd in de houthaven, waarna het in 2004 werd het gekocht door Frits Coers. Aanvankelijk stond er een twee cilinder Kromhout gloeikop ruwe olie motor met een sterkte van 60 paarden in de machinekamer. In 1950 werd deze motor vervangen door een 100 pk Kromhout en in 1960 is de huidige 4 cilinder
Industrie voortstuwingsmotor geplaatst. De motor is van het type 4D41 (blokmotor), nummer 4341. Hij leverde destijds 150 paardenkrachten bij 750 omwentelingen per minuut, maar tegenwoordig nog 120 pk bij maximaal 600 omwentelingen. De overbrenging op de schroefas is via een Renk hydraulische keerkoppeling met een reductie van 2:1. De drieblads 'zand-stuw-schroef' (Cunial) heeft een originele diameter van 1200 millimeter, maar is in verband met de wens om in Frankrijk in de kanalen te kunnen varen gekapt tot een diameter van 950 millimeter en een spoed van 1250 millimeter. Doordat de hak kon worden afgesneden werd de diepgang met 30 centimeter verminderd tot 1,75 meter.
Frits Coers maakte met de Zeester een avontuurlijke reis door Europa, waarvan hij twee jaar lang verslag deed in maandblad Motorboot. In september 2005 vertrok hij vanaf Terschelling. Via Frankrijk (tot januari 2006), Strassburg, de Rijn, de Neckar tot Heilbronn, de Main, het Main-Donau Kanaal,de Donau via de Sulina arm en de Zwarte Zee bereikte hij de Krim (Oekraïne). Daarna stak hij over naar Varna (Bulgarije) en voer hij langzaam de kust van de Zwarte Zee af en door de Bosporus naar Istanbul. In september 2006 vertrok Coers naar Odessa en van daaruit naar Kherson, waar een deel van de Dnjepr en de Dnjepr-delta werden bevaren. In december 2006 zette de Zeester koers naar de noordzijde van Kroatië, via de Zwarte Zee, de Bosporus, de Zee van Marmaris, de Dardanellen, de Egeïsche Zee, het Kanaal van Korintië, de Zee van Korintië, de Middellandse Zee en de Adriatische Zee. In april 2007 kwam de Zeester aan in Punat op het eiland Krk, waar voorlopig het anker erin ging. Sinds begin 2008 fungeert de Zeester als redactieschip van Motorboot. Het schip is daartoe door Frits Coers voor een periode van voorlopig twee jaar verhuurd aan Koninklijke BDU Uitgevers. De Motorboot-redactie haalde het schip in het voorjaar van 2008 op in Punat, waarna wisselende bemanningen de kotter via de Adriatische en Middellandse Zee eerst naar Marseille voeren en vervolgens – dwars door Frankrijk en België – naar Nederland. Ook van deze reis werd destijds uitgebreid verslag gedaan in maandblad Motorboot.
TECHNISCHE SPECIFICATIES
Lengte over alles 18.25 m (van voorkant steven tot achterkant hek)
Breedte over alles 4.60 m
Diepgang 1.75 m (tanks halfvol)
Doorvaarthoogte 3.45m (strijklijn)
Voortstuwing 4 cilinder Industrie, lucht gestart, 120 pk bij 600 omw.
Max snelheid circa 7.5 knoop
Waterverplaatsing circa 85.000 kg
Drinkwater capaciteit 7000 liter
Brandstof capaciteit 3400 liter
Generator 26 KW (Hatz-Stamford 380-220 volt)
APPARATUUR
Stuurautomaat-bochtaanwijzer (Euro 550 Radio Zeeland), GPS, 2 x marifoon, vloeistofkompas, dieptemeter, motor- en bilge-alarm, 2 accu’s met acculader-omvormer (Victron Phoenix Multi), boegschroef (Kalkman 360 graden draaibaar) aangedreven door een Daf diesel van 105 pk, spieren (ieder met circa 1500 kilo hijsvermogen en 380 volt lieren) en een rubberen bijboot (Carib 10 voet met een vaste bodem en 20 pk Yamaha outboard).